Inlogformulier

       
  • Bands
  • Stedentrip
  • Fietsclub
  • Kids
  • Workshops
  • Clubs
  • Sportief
  • Feesten
  • Evenementen

Het Kleine blad (10-2009)

Fiets Toerclub Centraal Beheer


Officieus orgaan van de FTCB


Oktobernummer 2009
(collectors item)

 

Fiets Toerclub Centraal Beheer


 
"Het Kleine Blad"           Officieus verenigingsorgaan van wielervereniging
                                       "FTCB". Verschijnt twee maal per jaar: in mei en oktober.
 
Post-adres:                     Secretariaat "FTCB"
                                        t.a.v. Herman Postma
                                        2N12
 
Redactie                          Marcel Janssen
                                        Marco Langevoort
                                        Edwin Buys
 

 
"FTCB" Opgericht 1 juni 1991
 
Aangesloten bij:             Nederlandse Toer en Fiets Unie
 
Bestuur 2009                  Voorzitter:         Herman Postma
                                       Penningmeester/
                                       Secretaris:         Arie Hertgers
                                       Lid:                   Peter Jaarsma
                                       Lid:                   Tjeerd Nutters
                                       Lid:                   Marcel Janssen
 
Internetsite                    www.vpcb.nl afdeling tourfietsen
 
Erelid                              Klaas Molenaar, Cor Spruyt
 
Onderhoudsruimte:        eigen schuur/zolderkamer/washokje
 

 
Trainingen: iedere dinsdag:       19.00 vanaf Malkenschoten
                    (alleen gedurende de zomertijd)
 

kopij voor volgende "Het Kleine Blad": 30 april 2009
 

 
Voorwoord
 
Verrassend. Dat is het eerste woord dat bij me opkomt als ik de inhoudsopgave eens doorlees. Al lijkt het vaak vanzelf te gaan als het blaadje 2x per jaar in je postvak ligt, het is toch vaak een beste bevalling. Niet pijnlijk of lichamelijk zwaar, maar na al die jaren collector´s items maken wordt het steeds lastiger om de aandacht te houden en origineel te blijven.
 
En daar hebben wij, denken we, een hele mooie oplossing voor gevonden. Zodra je maar laat weten dat je ooit eens op een racefiets hebt gezeten, zodra je maar twee kilometer op de mountainbike bent mee geweest met een clubrit of zodra je maar laat doorschemeren ooit eens de gedachte te hebben gehad naar wielrennen te gaan kijken, dan ben je aan de beurt. Dan kun je een mail verwachten van een van de redacteuren. De inhoud is bijna standaard: schrijf over je ervaringen, maar als je andere ideeën mag dat ook. Als je maar een stukje schrijft voor Het Kleine Blad. En ben je eenmaal bekend bij de redactie, dan kom je niet snel meer van deze lijst af. Dan moet je echt een ander mailadres nemen, het land uitvluchten en je voicemail niet meer afluisteren. Tot nu toe lukt dat alleen Cor Spruyt, waardoor er voor de tweede achtereenvolgende keer iemand anders zijn column vult.
 
Maar we hebben goede hoop dat we met de (debuterende) schrijvers in dit blad nog jaren voort kunnen. Het levert in ieder geval verrassende stukjes en eigenzinnige proza op, die uitnodigen tot herlezen.
 
Nog even en Het Kleine Blad ligt naast De Muur in de schappen van de betere boekhandel.
 
De redactie
 

 
"Cor’s column"
 
Het valt niet mee om in de voetsporen van de meester te treden. Je wordt altijd vergeleken en vaak valt het negatief uit. Dat maakt wel dat ik hier in deze column m´n uiterste moet doen om maar in de buurt te komen van meester Cor, die waarschijnlijk nog steeds ergens in Europa geniet van z´n Achmea Pensioen.
 
En misschien heeft hij ook wel genoten van het WK Wielrennen. Ik in ieder geval wel. Vooral van de heer Cancellara. En dan met name in de tijdrit. En de Nederlanders? Deden die wel mee? Was niet best of…..?
In de jaren 70 van de vorige eeuw was er in Nederland een top 4. Ik hoef ze niet te noemen, want iedereen kent deze renners. De meest succesvolle was Joop Zoetmelk, want hij won tenslotte de Tour de France. Pas heel laat werd hij wereldkampioen.
 
Het heeft even geduurd, maar nu, in de jaren nul van deze eeuw, staat er weer een aantal renners klaar om dit voorbeeld van de “grote vier” te volgen. Ik hoef ze niet te noemen, want iedereen kent deze renners. De meest talentvolle is Robert Gesink. Hij heeft het in zich om ook de Tour de France te winnen en als hij Zoetemelk als voorbeeld neemt, waarom zou hij dan ook niet heel laat wereldkampioen worden. En ik ben er van overtuigd dat hij Joop Zoetemelk als voorbeeld heeft. Toen Joop in 1980 na vele pogingen eindelijk de Tour won deed hij dat inclusief een val tijdens de beklimming van Pra Loup. Kijk en daar gaat Robert Gesink nou net iets te ver. Hij probeert om ook met val een grote ronde te winnen. Niet doen. Want vergeet niet dat Zoetemelk een geweldige knecht, zeg maar adjudant, had in Johan van der Velde. Die heeft Gesink niet. En wie het verdere levensverhaal van Johan van der Velde kent, vraagt zich terecht af wie hém zou willen zijn. Het zijn dus ook kenners, die nieuwe kanjers. Komt dus allemaal goed. Ooit.
 
Marco
 

 
Zen en de Kunst van het Racefietsonderhoud
 
Ik ben al een aantal jaar lid van de CB fietsclub, maar in juni van dit jaar ben ik voor het eerst mee geweest met een clubrit: De twaalf cols tocht. Onlangs werd ik dan ook gevraagd een stukje te schrijven. Daar ik de verhaaltjes in het Kleine Blad altijd met plezier lees, wilde ik me niet onbetuigd laten. Het probleem is alleen dat ik niet meer zo veel over weet te vertellen over de tocht in juni. Het gezelschap was goed, Limburg was mooi en de Keutenberg was kort maar hevig als altijd. Oh ja, het begon te regenen toe we bij de auto’s terug waren. Dat was het wel zo’n beetje. Kortom, daar schrijf je dus geen stukje me vol mee. Daarom maar even iets heel anders.
 

 
Eerder dit jaar is de schrijver Robert Pirsig overleden. Reden om zijn `bekende roman “Zen and the art of motorcycle maintenance” nog een keer te lezen. In het boek maakt de hoofdpersoon een motortocht met zijn elf jarige zoon en een bevriend echtpaar. Een verschil van mening tussen de hoofdpersoon en zijn vriend John Sutherland over de vraag of je als motorrijder enige kennis van motortechniek moet hebben is de aanleiding voor allerlei filosofische beschouwingen.
 
Terwijl de hoofdpersoon er eer in schept klein onderhoud aan zijn motor te kunnen verrichten, moet zijn vriend John er juist niets van hebben. John heeft een BMW motor gekocht omdat die zo betrouwbaar is en hij dus vooral niets van techniek hoeft te weten.
 
2Aan mij is geen groot filosoof verloren gegaan, maar de boodschap lijkt redelijk duidelijk: De interesse voor motortechniek is een metafoor voor bewust in het leven staan en de dingen zien zoals ze werkelijk zijn. Voor de echte Pirsig liefhebbers en Zen Boeddisten onder ons, bij voorbaat mijn excuses voor deze krakkemikkerigge uitleg...
 
Van een boek over een tocht op motoren, is de stap naar onze geliefde hobby niet meer zo groot. Over fietsonderhoud en fietstechniek valt bovendien ook nog wel het nodige te zeggen. Neem nu alleen al hoe je een ketting smeert. Vroeger gooide ik er gewoon om de zoveel tijd een hoop olie op. Nu haal ik eerst met wax het vuil tussen de lagers vandaan en smeer de ketting daarna met een paar druppeltjes olie. Er zijn fietsers die hun fiets jarenlang niet poetsen en dan verbaasd zijn als er iets niet meer werkt. Bij mij hangt de fiets ieder weekend in de montagestandaard.
 
Toen ik begon met fietsen, waren thermen als Triple, Dubbel, en cassette, 105, Ultegra, Record enz. nog abracadabra. Je leert echter snel meer over verzetten. De triple werd al snel ingeruild voor een fiets met compact crackstel en uiteindelijk moet je natuurlijk een 53/39 hebben.
 
De krentenbol is al lang ingeruild voor de repen en gelletjes. Getraind wordt er alleen nog maar op schema. Van oktober tot december wordt er op duur getraind, soms wel 20 uur per week en vanaf januari begint de opbouw. Tegen maart komen de zware weerstandsintervallen op het programma. In april ben ik er dan helemaal klaar voor. Zonder een hartslagmeter voel ik me sowieso naakt op de fiets.
 
Bij dit alles kan het materiaal natuurlijk niet achterblijven. Mijn eerste racefiets, een Bianchi woog maar liefst 9,5 kg. Onvoorstelbaar dat ik daar ooit de Marmotte mee heb kunnen rijden. Mijn nieuwe carbon fiets is natuurlijk onder de 7 kg en de hoge wielen leveren boven de 30 km/u minstens 1 km/u voordeel op bij hetzelfde vermogen. Het pompje en zadeltasje zijn reeds ten prooi gevallen aan de aerodynamiek.
 
Kortom, als ik niet bewust op de fiets zit...
 
En toen las ik laatst dus nog eens een oud nummer van een fietsblad door. Daarin stond een interview met Bart Brentjens. Oke, weliswaar geen wielrenner maar toch een van mijn grote helden. In die tijd reed Brentjens voor het mountainbike team van Giant.
 
Bart werd gevraagd naar de afmontage zijn fiets. Hij gaf aan dat er in ieder geval altijd een stuurpen van 110 mm lengte op moest zitten, de rest was eigenlijk niet zo belangrijk. Toen bleek dat de fiets van zijn teamgenoot Roel Paullissen, de huidige wereldkampioen MTB marathon, met een iets andere afmontage maar liefst 1 kilo minder op de weegschaal bracht, was Brentjens verbaasd maar niet eens geschokt.
 
Het enige echt lichte aan de fiets van Bart waren de Maxxis maxlite semi slick banden (310 gr) die hij altijd liet monteren. Dus ook in de Limburgse modder tijdens zijn eigen Bart Brentjens trophy. Bart liet ook nooit het kleinste kettingblad van zijn crankstel monteren, want tegen de tijd dat je dat nodig had, is lopen toch even snel, aldus Bart.
 
In de wedstrijdperiode vond Brentjes 12 uur per week trainen meer dan voldoende. Zoals wellicht bekend reed Bart, na zijn vertrek bij Giant en inmiddels ruim in de dertig, nog een paar keer redelijk gemakkelijk naar een Nederlands Kampioenschap toe...
 
Kortom het is prima om te weten hoe je je fiets moet repareren. Regelmatig schoonmaken kan ook geen kwaad. Gericht trainen en de juiste voeding helpt je prestaties ongetwijfeld verbeteren. Die supersnelle fiets moet je zeker kopen. Maar met Zen heeft het weinig te maken. De kern van het fietsen is toch echt het fietsen en de kunst is vooral om er van te genieten.
 
Martijn Cuppens
 

 
De estafettepen: Herman Postma
 
In de vorige editie van Het Kleine Blad is de Estafettepen aan mij doorgegeven, met een hint naar mijn besluit om als voorzitter te stoppen. Het wordt echter een klein artikeltje als ik alleen daar wat over schrijf. Daarom wil ik eerst wat vertellen over mijn historie als toerfietser.
Mijn eerste toerfiets heb ik gekocht toen ik zo’n 23 jaar oud was. Een tweedehands Peugeot fiets met spatbordjes, bagagedrager en de bredere banden dan op een echte racefiets. Ik werkte al bij Centraal Beheer en wilde wat gaan sporten als tegenhanger aan het zittende bestaan op kantoor. En dat ik te weinig sportte bleek al snel. Na een tochtje van minder dan 20 kilometer was ik op, geen conditie. Gelukkig wilde een kennis (Jaap) van mij het fietsen ook oppakken. Vanaf dat moment gingen we elke dag na werktijd een stukje fietsen en werden de afstanden die we aflegden steeds groter. Op een gegeven moment wilden we ook wel eens deelnemen aan een toertocht en ons oog viel op één van de Kompastochten van 80 km. (de zuidroute) die bij de Spartafabriek in Apeldoorn startte. Wat mij van die start vooral is bijgebleven is de geur van Midalgan die overal bij de start waarneembaar was. En ik vroeg me daardoor af of ik wel voldoende voorbreid was op “het grote werk”. Dus met enige spanning begon ik aan mijn eerste toertocht, over de Posbank. De onzekerheid vooraf bleek nergens voor nodig want na 80 km. had ik het gevoel nog makkelijk verder te kunnen fietsen.
 
Het fietsen had me “gepakt”. Ik heb menige toertocht gereden, samen met Jaap en later alleen. Jaap ging zich steeds meer bezig houden met het begeleiden van beginnende, jeugdige wedstrijdfietsers en had zelf geen tijd meer om te fietsen.
In die begintijd van mijn toerfietsleven zijn ook de Centraal Beheer tochten begonnen. Op het werk had ik wel over deze tochten gehoord en al van meerdere kanten de vraag gekregen of dat niets voor me was. Ik had zelf het beeld dat het deelnemersveld aan deze tochten nogal elitair was. Niks voor mij. Tot Cor Spruijt mijn manager werd. Dat jaar zou de tocht naar Minden verreden worden, ca. 500 kilometer in 2 dagen. Cor en zijn zoon Tycho zouden ook meefietsen. En Cor heeft mij overgehaald om mee te gaan naar Minden. Ik zag wel op tegen de grote afstand. De langste tocht die ik ooit gereden had was 180 km. en dan nu 70 kilometer meer en 2 dagen achter elkaar. Kon ik dat wel? Trainen dus.
Vlak voor de tocht tuimelde Cor van zijn fiets tijdens een trainingsrondje. Moest ik maar een oogje op Tycho houden, als nieuweling en jongeling in het peloton. Op de dag van vertrek was ik vroeg op, want we zouden vroeg vertrekken en uitgezwaaid worden door de burgemeester van Apeldoorn en jonkheer mr. Boreel. Helaas kwam de regen met bakken uit de lucht en het vroege vertrek werd uitgesteld. Voor niets, want uiteindelijk zijn we in de stromende regen vertrokken. Bij Zutphen hadden we een valpartij. Gelukkig alleen wat materiële schade die redelijk verholpen kon worden en we vervolgden onze weg. Een natte maar mooie tocht naar Minden volgde. Bij Minden werden we opgewacht door de plaatselijke fietsvereniging. Inmiddels regende het weer en na 250 km. was iedereen blij dat het hotel bereikt was. De nieuwkomers, Tycho en ik, hadden deze dag glansrijk doorstaan. ‘s Avonds was er een diner met de loco burgemeester van Minden en daarbij heb ik kennisgemaakt met de befaamde toespraken van Klaas in het Neder-Duits.
Tijdens de terugweg van Minden naar Apeldoorn was het gelukkig droog en scheen regelmatig de zon. Zonder grote problemen reden we aan het eind van de dag Apeldoorn binnen.
Na Minden zijn de, inmiddels traditionele, Ardennen 3-daagsen begonnen. Eerst vanuit Trier naar Apeldoorn. De eerste, snikhete Ardennentocht herinner ik me nog goed. We hadden overnacht op een oude kanonneerboot. Ik wou eerst zeggen geslapen, maar door de hitte is er van slapen niet veel terecht gekomen. Bij het vertrek had Tycho (jawel, ook hij was weer van de partij) binnen 15 meter een lekke band. Een record. De eerste Ardennentocht was een prachtige tocht, maar ook zwaar. Zwaar vanwege de klimmetjes en vanwege temperaturen van boven de 30 graden. Wat smaakt zo’n biertje na een dag fietsen dan toch lekker.
 

 
Na een paar Ardennentochten is uiteindelijk de FTCB opgericht. Behalve mooie tochten heeft de Ardennentocht dus ook een mooie vereniging opgeleverd. Vanaf de oprichting van de FTCB ben ik lid van de vereniging, maar nog niet in het bestuur. Kort na de oprichting ging één van de bestuursleden, Nico van Dijk, elders werken en op dat moment heb ik me aangemeld als bestuurslid. Nico had de rol van secretaris en die rol kreeg ik ook in het bestuur. Later is dat de combinatie secretaris/penningmeester geworden. Behalve de formele rol van secretaris en penningmeester kreeg ik meer te maken met de organisatie van de Ardennentocht en met het bestellen van fietskleding. Over het bestellen van fietskleding wil ik het nu niet hebben.
De organisatie van de Ardennentocht was in het begin vnl. administratief van aard. Het uitzetten en verkennen van de tochten werd nog door anderen gedaan werd. Later werd ik meer betrokken bij het uitzetten en verkennen van de tocht. Dat verkennen is appeltje, eitje als er niets aan de hand is in de route. Zodra er wegversperringen zijn wordt het anders. Dan is toch de kunst om weer een nieuwe route te vinden die ook nog leuk is om te fietsen, niet te ver is en de totale route niet te zwaar maakt. Dan worden de landkaarten gepakt en wordt gezocht naar goede alternatieven.
Fietsen en organiseren van de Ardennentocht vond ik in de beginjaren geen probleem. Later begon ik toch te merken dat ik het weekend dat ik met één van de bestuursleden aan het verkennen was geweest eigenlijk trainingskilometers had moeten maken. Het begon dus zwaarder te worden (of is het toch de leeftijd?). Daarbij komt dat tijdens de 3-daagse niet altijd voldoende mensen voor de organisatie beschikbaar zijn en daarom heb ik een paar jaar geleden besloten om de Ardennentocht niet meer te fietsen en nog wel te organiseren.
 
En daarmee kom ik ook bij het antwoord op de vraag waarom ik stop als (inmiddels) voorzitter van de FTCB. Ik woon in een huis met een grote tuin (4.000 m²) en dat vraagt onderhoud. Daarnaast wil ik zelf ook graag fietsen. De organisatie van een groot evenement als de Ardennentocht kosten mij teveel tijd in een periode waarin ik die tijd niet kan en wil missen. Ik heb daarom besloten om voor mezelf te kiezen en in 2010 te stoppen met bestuursactiviteiten van de FTCB.
Fiets ik dan niet meer? Zeker wel. Ik zit nog graag op de racefiets en heb sinds een aantal jaren ook het mountainbiken ontdekt. Samen met mijn zoon heb ik al menig tochtje gefietst. Sinds die tijd gaan we elke zomer ook een aantal dagen naar het buitenland. We hebben mooie en pittige tochten gereden in België, Zwitserland, Frankrijk, Oostenrijk en Duitsland. En uiteraard heeft Nederland ook mooie routes te bieden. Ik hoop dat nog vele jaren te kunnen doen.
 
Bijgaand een foto van mij tijdens de Grenslandmarathon in Tubbergen (2009).
 

 
Hiermee ben ik aan het einde van mijn Estafettepen verhaal gekomen. Ik wil de pen graag doorgeven aan Koen op ’t Zandt. Van hem wil ik graag horen hoe hij zich met fietsen bezighoudt na een paar keer deelname aan de Ardennentocht en of hij nog een keer meegaat.
 
Het is de bedoeling dat degene die de estafettepen heeft doorgekregen, een stukje schrijft en vervolgens de pen doorgeeft aan iemand anders van onze club.
De volgende personen zijn in het verleden al aan de beurt geweest: Ron Haanraadts, Wim Burghout, Ria Rozie, Klaas Molenaar, Peter Jaarsma, Gerard Linthorst, Frans Gruben, Bert Kwakernaak, Edwin Buys, Reint van Asselt, Frans Oudt, Frie van Belle, Ian Beck, Arie Hertgers, Bertus Diestelhof, Ton Schuiling, Ronny Gelhever, Peter Rakhorst, Tjeerd Nutters, Jaap Jippes, Eric Timmer, Willie van Gurp, Dennis van Rossum, Marcel Janssen, Geurt van Wakeren, Marcel de Jonge.
 

 
Luxemburg 2009
 
Januari of was het december 2008 voor het eerst weer eens meegefietst. Dit keer met CB. Een mooie mountainbiketocht in de achtertuin van Apeldoorn. Ik merkte al gauw dat mijn conditie nog niet op peil was. Met alleen 45 minuten spinnen in de week is het niet te doen de “hongerigen” onder ons maar enigszins bij te houden. Het nodige werk moest dus nog verricht worden.
Wat gaan we doen dit jaar. Is het voor de één vanzelfsprekend, de ander gaat bij het thuisfront en/of zichzelf te rade. Wanneer je éénmaal besloten hebt mee te doen, cq toestemming hebt gekregen kun je aan de kilometers werken. Want éénmaal toestemming voor eind juni betekent natuurlijk ook toestemming voor de kilometers doordeweeks en het weekend. Dus enige diplomatie is op zijn plaats.
De tocht dit jaar was anders dan de afgelopen jaren. De eerste 60 kilometers voelden aan alsof je er 100 gefietst had. Had niet iemand een apparaat waaruit bleek dat er 1.000 hoogtemeters overbrugd waren? Door het in tegengestelde richting fietsen leek het alsof je ieder gevoel van herkenning kwijt was. En dat na zo ongeveer de 20e keer. Ik meen dat ik onlangs een artikel onder ogen heb gezien waarin het fenomeen tegengesteld fietsen wetenschappelijk, lees wat doet het met je, onderzocht is. Na wat google werk lees ik alleen dat je op moet passen voor afdalers. Begrijpt iemand het nog?
 

 
De overige dagen waren ook zeer vernieuwend. Vernieuwend in ieder geval daar ik voor het eerst ’s ochtends in korte mouwen heb gefietst. Ik heb nog een medaille uit 1987 gevonden toen er nog eind juni een kleine ijstijd was. De veteranen onder ons weten het nog wel. Zo koud dat je de handenblazers in de toiletten nodig had om je edele delen op te warmen.
Lang leve de CO2 uitstoot!!!!
Met de conditie zat het wel goed. Wat je niet kunt voorzien zijn lichamelijke ongemakken. Een aantal weken voordat de tocht begon weigerde mijn linker been op gezette tijden mee te werken. Zo wou het geval dat net de dag dat we de andere kant van de Wanne en de muur van Stockum moesten beklimmen, ik bijna afgestapt was omdat ik zelfs een snelheid van 20 kilometer per uur niet meer bij kon houden. Enkele vloeken en schietgebedjes later schoot de blokkade weer uit mijn been en kon de helse tocht naar boven beginnen.
Chapeau voor een ieder die op zijn eigen wijze boven is gekomen. Waarlijk een prestatie.
 

Een allen bedankt voor het organiseren van deze tocht.
Ton Schuiling
 

 
Alpe d´Huzes
(door René Sarelse)
 
Voor het KWF is er vanaf 6 juni 2006 met 66 deelnemers een initiatief gestart om door 6 keer Alpe d'Huez op te fietsen geld in te zamelen. Mijn vrouw (Achmea GITS) werd via een collega benaderd om mee te doen. Zij loopt normaal hard en ik ben de fietser thuis, dus hier klopt iets niet! "Dat wil ik meemaken, desnoods rij ik er illegaal naast."
Ze vertelde deze reactie aan haar collega's. Ik mocht meedoen in hun team. Als extra voorbereiding heeft zij (Paulien) aardig wat uren op de spinbike doorgebracht (die ik in de verkoop had staan ivm onze mooie OSC = omnisportcentrum.) Tevens is ze een aantal keren met de Adelaar sportieven meegefietst. Samen hebben we een weekend doorgebracht in Limburg en daar de Shimano fietschallenge meegepakt (alleen de zondag). Tevens zijn we een aantal keren naar de Posbank geweest. Daarnaast liep ze gewoon door en maakte ik mijn ritjes bij de Adelaar (Wielerclub in Apeldoorn). Voor allebei zou het de eerste keer een Alpencol zijn!< /FONT >
Een aantal kennen jullie van mijn eens in de 5 jaar meegaan met de Ardennentocht. Ik ben die malloot die bij een heuvel een tandje zwaarder zet om dan in volle vaart ergens halverwege kompleet stuk te gaan. Zo moest het dus niet, aldus de tip van een collega Ardennenfietser.
 
Op 1e pinksterdag zijn we richting Frankrijk vertrokken. Op 2e pinksterdag hebben wij Alpe d'Huez als proef beklommen. We hadden nog een aantal openstaande vragen:
- Welk verzet kunnen we trappen?
- Welk tempo, zonder stuk te gaan?
- Hoe lang doen we over 1 klim?
- Waar kun je goed eten en drinken tijdens de klim?
- Is het 3/6 keer te doen?
 
Al kletsend zijn we naar boven gereden. Verzet 30x25 (Paulien) en 34x25 (Rene). Tempo ongeveer 9 km/u. Het duurde ongeveer 1.15 uur. In de bochten kun je goed eten en drinken. Conclusie: met wat extra tandwielen erbij moet 3x en 6x haalbaar zijn.
 
Daarna kon ik op dinsdag lekker klooien met de fietsen. Bij Paulien heb ik de achtercassette naar 29 gebracht. (dus 30x29 als lichtste) en bij mij (34x32) door er een MTB cassette op te doen.
Op woensdag was er Alpe du'zus voor begeleiders, familie e.d. voor degenen die 1 keer omhoog wilden. Een van de begeleidsters (Collega Anke) deed hieraan mee. Deze gingen we uiteraard aanmoedigen. In een busje zaten we naast een chauffeur met een wel heel bekende stem. Het bleek Evert ten Napel te zijn, die de volgende dag verslaggeving deed! Het weer werd in de loop van de week steeds beter (lees heter). Na haar te hebben aangemoedigd, kregen we zoals elke avond weer een voorbeeldverhaal en de tussenstand qua sponsorbedrag. Iets meer dan 5 miljoen.

We waren er klaar voor!
 
Op donderdag 4 juni was de start om 05.09 uur. Om 04.00 uur zaten we al aan de macaroni (rijst/pannekoeken krijg ik er 's morgens niet in laat staan een gewone boterham). 8 km erheen infietsen in de kou. Tjeemig het leek wel te vriezen.
 
Met 1250 man/vrouw aan het vertrek. Nou deze stonden er niet allemaal om 05.00 uur. Een aantal gingen niet voor de 6 keer en konden dus later starten. Elkaar succes gewenst en rustig vertrokken. Ik kon aan de linkerkant lekker opschuiven en zat al redelijk bij de eerste helft, toen we de bocht om mochten draaien. Van het grote naar het kleine blad en...... een hoop geratel en......... een vastloper. Fiets aan de overkant gezet, zodat ik niet in de stroom fietsers stond. En in het donker turen naar het euvel. Na een tijdje had ik het door. De ketting lag muurvast tussen de cassette en het achterwiel. Sukkel, heb ik de boel niet goed afgesteld.  Gelukkig stond er al publiek en was er iemand zo aardig om mijn fiets vast te houden, want ik had beide armen nodig om de ketting ertussenuit te trekken. Door de winterhandschoenen werden mijn handen niet smerig  :-) Vervolgens aansluiten...aansluiten? ik zag alleen de bezemwagen nog in de verte met daarvoor een enorme sliert lichtjes. Wel een mooi gezicht.
 
Tempo oppakken en aansluiten, inhalen, inhalen, inhalen. Lekker gevoel om per 10 meter 10 man/vrouw voorbij te gaan. Komt er een vrachtwagen vol schapen voorbij blèren (woordgrapje). Ik erachteraan, totdat de chauffeur ziet dat het onbegonnen werk is. Tot zover je kan kijken een sliert lampies. Ik wist niet dat schapen zo konden stinken, dus ik wenste ze gelijk al op dat broodje shoarma. Vrachtwagen ingehaald en weer inhalen en inhalen. Hé een blonde paardenstaart (=Paulien). FF gedag zeggen. Verhaal uitgelegd en een paar bochten gezellig kletsen. Dan weer conform afspraak eigen tempo oppakken. Er reed voor mij iemand ongeveer hetzelfde tempo. Hier naar toe gereden en met hem gekletst. Het was ene Erik en die wilde 4x  omhoog. Suc4! In de laatste drie bochten weer tandje erbij en dat was 1. Bidon vullen, kleren aan, eten bijvullen en daar kwam Paulien akelig fris boven. Tjeemig die gaat echt makkelijk. Aangezien het steenkoud was met dikke kleding gedaald. (kleren werden met motoren weer naar boven gereden!). Beneden ontstond een vast ritueel (plassen, eten, drinken) en hop weer voor de 2e keer de bocht om. Dit keer heel voorzichtig en ruim op tijd schakelen. Het aandraaien van de derailleurkabel had voldoende effect. De ketting bleef op de cassette. Na de eerste 3 bochten er weer een tandje erbij en het ging lekker. Beetje kletsen met de overigen en zo relaxed mogelijk omhoog. Na bocht 7 voelde ik mijn knie. Zeker te warm met die beenstukken. Of te zwaar (ik reed 34x25)? Naar de 34x32 ,want ik wou geen gedoe met mijn knie.
Boven wat langer gepauzeerd, arm en beenstukken uit, eten drinken, bidon werd weer gevuld, gelletje erbij en weer gaan. Voor de afdaling nog even de rem dichter gezet, zodat ik niet zo hard hoefde te knijpen (lekker relaxed dalen). Beneden wederom sanitaire stop, bouillon erin en gaan. Lichtste verzet om mee te beginnen, zodat ik de knie niet zou forceren.
Bij de eerste bocht voelde ik hem al. Daarna probeer je de gekste dingen: alleen staand klimmen, zwaarder omhoog, links duwen rechts trekken en vice versa, alleen met links duwen, kijken naar slachtoffers voor de theobosgreep, op zoek naar iemand zijn zadelpen, een motorrijder bij zijn richtingaanwijzer vastpakken, de spiegel van een bus,  ik kon geen keus maken en reed dus maar stom door.... In bocht 7 even naar de massage. Boven is een 'echte' fysio is het commentaar. De benen vluchtig los gemaakt en door naar boven, na de zoveelste Extran. Het tempo was nog wel redelijk 8-9 km/u. Boven seinde ik naar de begeleiding dat ik gelijk door ging naar de fysio. Ze kwamen gelijk mijn fiets halen om de bidon (1 literversie) weer te vullen. De manuele therapeut, de sportmasseur en de fysiotherapeut maakten van mijn knie een studieobject. Met veel knijpen wisten ze mij zelfs in mijn hak veel pijn te laten voelen. EEEEUH  Het was toch mijn knie. Neen, het was een of andere pees die doorliep vanuit de hak door de knie naar de lies.  Zal wel, maar ik voelde 'm in mijn knie. Ze drukten 5 minuten in mijn knieholte, zodat ik i.e.g. 5 minuten stil was (is voor mij absurd lang). Voorzichtig mocht ik het proberen en als de pijn terugkwam kon ik beter stoppen. 
Rustig gedaald en nog rustiger geklommen 7-8 km/u. Wederom in bocht 7 laten masseren. In bocht 5 was het effect weer weg en reed ik voor mijn gevoel tergend langzaam omhoog. Als je dan toch nog andere deelnemers inhaalt blijk je met 7 km/u het niet gek te doen bij een temperatuur van ondertussen 32+ .
 
Boven wederom naar de fysio en alles wederom los laten masseren. Ondertussen had Paulien strak 3x 1.23 uur over de klim gedaan en haar doelstelling gehaald (met speels gemak. Als je wat jaloezie proeft dan klopt dat, maar ook trots. Wat een kanjer...). Ze besloot om toch nog een keer met mij mee te gaan. ( om mij te laten stoppen?/om mij aan te moedigen/voor de gezelligheid/om mij te duwen?) Bovenop nog ff de remblokjes gecontroleerd. Die waren nog picobello. Maar wat nu!  Mijn achterwiel draaide niet goed rond. Na 1x draaien stond hij pardoes stil. SUKKEL!  Je hebt de rem na de daling niet meer los gezet en dan maar klagen over je knie! SUKKEL!  De berg gaf zeker geen weerstand genoeg.
 
Paulien nam ditmaal het geklets voor haar rekening. Ondertussen had ik 'm zitten. Kijkend naar beneden, zie ik een crankbout er half uit hangen. Aandraaien en weer verder. 2 bochten later hetzelfde euvel. Op een schaduwplekje weer de linkercrank loshalen en wederom aandraaien. Na 3 keer belanden we zo bij (jawel vanaf de derde beklimming mijn favoriete stopplaats) bocht 7. De fiets aan de mecanicien gegeven, mijn vrouw naast een echte toerist geparkeerd in een luxe tuinstoel in de schaduw en zelf weer plaatsgenomen op de pijnbank oeps ik bedoel de massagetafel. Tegen mijn vouw geroepen dat het nu echt over is. Rustig naar boven en dan stoppen.
Maar ja hoe rij je rustig met 8% stijging naar boven. (met 34x32 lukt dat aardig). 200 meter na bocht 7 stond ik zelf maar weer mijn crankstel aan te draaien. Mijn vrouw vroeg hoe dat nou kwam.  Dit was mijn kans. Ik heb geen momentsleutel en dan kun je de boel niet goed aandraaien. "dan moet je die maar eens aanschaffen!"  Mooi, ook weer geregeld. Elk nadeel heeft zijn voordeel….

Boven maar eens samen met mijn vrouw de massagetafel opgezocht. De benen los gemasseerd en een lekkere pasta gegeten. Het zat erop. Nog even wachten op de binnenkomst van teamgenoot Albert, die met zijn 7e keer bezig was. Nadat hij was hersteld en ook warme kleren had aangedaan (het werd weer koud en schemer). De laatste daling ingezet. In 1 van de laatste bochten kwam Petra de Bruin (oud-wereldkampioen bij de dames) heel eenzaam op haar gewone fiets met fietstassen en met witte Alpe du 6 klompen omhoog gekropen. "'Die gaat het niet redden"; zei ik nog. De volgende ochtend gingen wij voldaan naar huis. De knie voelde al een stuk beter. Na 3 weken rust kon ik het fietsen weer oppakken.
De sfeer, het doel, het team heeft ons al ter plekke doen besluiten om volgend jaar weer mee te doen.
 
Groetjes, René Sarelse
 
Naschrift van de redactie:
·        Hoe vaak ben je nou de Alpe d´Huez opgeweest?
·        Heb je die momentsleutel nou al?
·        Is Petra de Bruin nog bovengekomen of woont zij in, laten wij zeggen, bocht 7?
 

 
Word jij de nieuwe Theo Bos?
 
Dat was de tekst waarmee de VPCB de leden probeerde te lokken. Ik hoopte niet dat ik de nieuwe Theo Bos zou worden, want Theo heeft toch wat vreemde acties uitgevoerd de laatste tijd sinds hij niet meer op de baan fietst.
 
Op zaterdag 12 september was het dan zover, 33 vpcb leden gingen de baan op voor een clinic baanwielrennen. Hierbij telde ik zo’n 10 leden van onze fietsclub. In het schitterende Omnisportcentrum in Apeldoorn, waar in 2011 de Wereldkampioenschappen Baanwielrennen worden verreden, werden we opgevangen door Matthijs van Bon (inderdaad de broer van) en Jan van Velzen (oud-prof), die ons de beginselen van het baanwielrennen bij zouden brengen. Er was een aantal mecaniciens die de zadels van de huurfietsen goed zetten en de eventueel zelf meegebrachte pedalen monteerden. Ook Rene Sarelse was van de partij als mecanicien en later als jurylid. Na een inleidend praatje van Matthijs gingen we wennen aan de fiets, want deze heeft geen remmen en geen freewheel. Oefenen met stoppen en bochtjes rijden was dus wel nodig. Er werden direct al serieuze surplaces gemaakt! Tijdens het rijden van deze oefenrondjes keken we in de bocht angstig opzij: wat is die bocht steil (43 graden), zou ik daar straks bovenin durven te rijden?
 

 
De groep werd in tweeën gesplitst en daar gingen we rondjes rijden achter de Matthijs en Jan aan. De snelheid werd langzaam opgevoerd tot we een kilometer of 40 per uur reden. In het begin moest ik enorm wennen, want als de snelheid even wat te hoog is, kun je niet even bijremmen, maar moet je met je benen even wat afremmen. De bocht werd steeds hoger ingezet en ja, na een kwartiertje ging iedereen hoog door de bocht, een geweldig gevoel.
 

 
Daarna werden wat trainingsvormen geoefend, waaronder van voren uit het groepje sprinten en proberen zo snel mogelijk weer achteraan te sluiten. Wat kun je kapot kon gaan door 3 rondjes voluit te sprinten. En dat dan 3 keer achter elkaar.
 
Als klap op de vuurpijl gingen we nog een rondje op tijd doen met staande start. En dit terwijl iedereen het al aardig had gehad, maar er werden toch mooie tijden neergezet, vrijwel iedereen had een persoonlijk record!
 
Al met al was het gaaf om te doen en was iedereen enthousiast.
 
Marcel
 

 
Op verzoek : Stukje voor in het kleine blad
 
Op verzoek van Marcel Janssen schrijf ik dit stukje. Het mocht overal over gaan. Mijn dagelijkse fietstocht van Deventer naar Apeldoorn en terug of de Ardennentocht van dit jaar of het Baanwielrennen van de FTCB of ……….. iets anders dus.  Ik begin dan ook met iets anders: de nieuwe CB fietsoutfit. Je kunt hier veel over zeggen, maar soms zeggen 2  foto’s  meer dan heel veel  woorden.
 

 
Foto 1 (de achterkant) is trouwens tijdens het ontzettend leuke baanwielrennen gemaakt. Ik zal niet verklappen wie nummer 33 is, maar zijn achterwerk ziet er overduidelijk goed getraind uit !  De renner met de oude FTCB zwarte broek is Bert Kwakernaak die gelukkig ook weer eens op de fiets zat. Wel ff wennen zo’n baanfiets, zonder remmen en remgrepen (!) en zonder versnellingen.
 

 
De 2e foto is van mijn eigen nieuwe CB fietsjack met lange mouw. Ik meende handig te zijn door hier een lange rits in laten maken omdat ik dacht het jack anders bijna nooit te dragen. De Turkse kleermaker heeft dit heel netjes gedaan,  echter voor de rits was wel een reepje stof nodig. Zie het resultaat: ik rij voor Centraa Behee Achmea met half logo. Maar het jack zit perfect. De kleurstelling van de nieuwe outfit moest ik even aan wennen maar is toch allemachtig prachtig ! En je valt in ieder geval op. Zeker bij degene die achter je fietst!
 
Verder, om dan toch de suggestie van Marcel over te nemen: De jaarlijkse ardennentocht was super. De tocht was in omgekeerde richting en het leukste vond ik het welkomstwoo rd van Herman Postma aan het eind toen we weer in Apeldoorn waren, ‘s ochtend vroeg nog even een pilsje drinken tijdens het voorpraten over de tocht van die dag en op m’n zwaarste verzet de steilste hellingen op.
 
Last but not least: Mijn dagelijkse fietstocht valt normaliter niet veel over te vertellen. Onlangs half september helaas wel. Na een onverwachte manoeuvre van een scholier ben ik hard gevallen en heb als blijvend aandenken hieraan nu een bobbel op mijn linkerschouder waar mijn sleutelbeen een beetje omhoog steekt . Gelukkig lijkt het herstel redelijk goed te verlopen, maar ik ben er dus zeker niet zonder kleerscheuren vanaf gekomen. De traumatoloog in het ziekenhuis gaf aan dat naast het breken van een sleutelbeen dit (een “AC Luxatie”) zo ongeveer het meest voorkomende letsel bij echte wielrenners en schaatsers is. Daar ben ik dan wel weer blij mee; er is niets meer aan te veranderen, ik hoor nu officieel bij de echte wielrenners.
 
Bertus Diestelhof
 

 
Kristalbadtriathlon 5 september 2009
 
Beste Kleine Blad lezer,
 
Voordat ik ga schrijven over mijn sportieve prestaties bij de Kristalbadtriathlon afgelopen september, zal ik mijzelf eerst even voorstellen. Ondanks dat ik al 11 jaar in dienst ben bij Centraal Beheer Achmea, zullen er ongetwijfeld lezers zijn die geen idee hebben wie ik ben. Ikzelf kom in dit blad ook vaak namen tegen van collega’s die ik niet ken.
 
Ik ben Patricia Angelier en werk sinds april vorig jaar bij de werknemersdesk pensioenen. Sinds die tijd lees ik “Het Kleine Blad”. Voordat ik op deze afdeling kwam heb ik 10 jaar bij de afdeling Unit Linked gewerkt. In mijn vrije tijd sport ik graag. Helaas wat minder dan ik zou willen, doordat ik een gezinnetje heb met twee kinderen en een man die zelf veel fietst. Ik ben zo’n 15 jaar geleden begonnen met fietsen. Eerst met de mountainbike, toertochtjes door het bos, en een paar jaar later ook op de racefiets. Ik heb nooit op wedstrijdniveau gefietst, achteraf wel jammer, maar ik had geen zin om daar op mijn 23ste nog aan te beginnen. Denk ook niet dat ik de discipline op had kunnen brengen om zoveel te gaan trainen. Maar op tourniveau kun je ook leuke prestaties neerzetten. Op het moment dat ik kinderen kreeg, werd de tijd voor het fietsen een stuk minder. Met één kind kon ik nog wel regelmatig fietsen en af en toe een leuke tocht maken. Maar na de tweede, werd dat met oppas en zo, toch wat lastiger. Fietsen kost gewoon veel tijd. Ter compensatie ben ik naast het fietsen, maar gaan hardlopen. Lang niet zo leuk als fietsen, maar wel effectief.
 
In 2005 kwam ik in aanraking met de triathlonsport. Ik stond als toeschouwer aan de kant en dacht: dat wil ik ook! De afwisseling van 3 sporten en het wedstrijdelement sprak mij aan. Je hebt verschillende afstanden, beginnend bij een achtste. Dat is 500 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer lopen. Allemaal korte onderdelen die voor mij goed te trainen zijn. Fietsen is geen probleem, lopen was ik al aan het trainen, dus een jaar later stond ik voor het eerst aan de start in het Kristalbad. Ging, ondanks mijn onprofessionele schoolslag en bikini, best goed. Een jaar later …….. nog beter! Een tijd van  1 uur 29 minuten en 59 seconden. Mooie tijd, maar wel lastig te verbeteren als je niet meer trainingsuren over hebt. Op het zwemonderdeel viel nog wel wat winst te halen. Daarom heb ik mij een jaar geleden aangesloten bij de triathlonvereniging in Apeldoorn. Ik volg daar 1 keer per week een zwemtraining. En met succes, ik zwem nu de borstcrawl! Van de vereniging onlangs een mooi triathlonpakje gekregen waardoor ik ook nog winst kan boeken bij het omkleden.
 
Die zaterdagochtend 5 september voelde ik me wel goed in mijn pakje, een beetje nerveus. Om 10 uur klonk voor mij het startsein. Het zwemmen vind ik inmiddels het mooiste onderdeel van de triathlon, Met zijn tienen in één baan, tegelijk van start, bovenop elkaar tot je je plekje gevonden hebt en dan ga je, voluit, je eigen ritme, helemaal in jezelf, 500 meter lang. Pas als je het zwembad uitkomt ben je helemaal buiten adem. Snel rennen naar de wissel, sokken aan, schoenen aan, helm op en rennen met de fiets aan de hand naar het fietsparcours. Daar leg je 2 rondjes af van 10 kilometer. De hele eerste ronde heb ik uit moeten hijgen van het zwemmen. Ik heb geen hartslagmeter om en denk dat dat maar goed is ook. Daarna wissel naar het lopen, schoenen verwisselen en 2 rondjes van 2 en halve kilometer door het bos. Whooo….. Zwaar! Het had  geregend en de grond was zwaar. Ik lag na het fietsen nog best goed, maar tijdens het lopen werd ik ingehaald door 2 dames. Vlak voor de finish, gingen nog 2 dames mij voorbij. Ik wilde het niet laten gebeuren en probeerde te versnellen, maar dat deden de andere dames ook, ik kon ze niet meer voorbij. Balen…. Maar mijn eindtijd: 1 uur 25 minuten en 54 seconden!!!! Doel gehaald, 4 minuten sneller dan de vorige keer. De zwemtraining heeft zijn vruchten afgeworpen. Ik was ruim 2 minuten sneller op de 500 meter. De andere winst heb ik niet veel voor hoeven doen, die komt vooral door het triathlonpakje, waardoor ik me bij de wissel niet hoefde om te kleden.
 
En nu op naar volgend jaar. Ik ben er nog niet uit of ik voor een kwart triathlon ga trainen, of dat ik ga proberen om sneller te worden op een achtste. Wie weet horen jullie volgend jaar wat het geworden is.
 
Sportieve groet,
Patricia
 

 
Niet zomaar een fietstocht
 
2Het moest er dan toch maar eens van komen. We hadden er al een hele tijd naar uitgekeken.
Het was voor ons vijven de eerste keer, maar in totaal was het al de derde keer dat dit werd georganiseerd. En net als bij de eerste twee edities was de verwachte toeloop groot.
Dus vertrokken wij, Marcel Janssen, Edwin Buys, Huub Linthorst, mijn vrouw Judith en ik al vroeg op deze mooie zonnige dag in augustus naar de startplaats. Alhoewel het een mooie dag beloofde te worden blijft het altijd maar de vraag welke kleding je aantrekt en wat je allemaal meeneemt. We hadden de route niet echt goed verkend, maar de reis verliep vlotjes. En ook de voorbereiding was voor iedereen verschillend geweest, dus het was ook maar de vraag of het verstandig was om te proberen de hele dag bij elkaar te blijven.
 
Ik ben niet zo´n groot liefhebber van dergelijke grote evenementen, maar zo af en toe is het wel leuk om mee te maken. Je komt nog eens op plekken waar je normaal niet zo snel zou komen.
En je hoeft niet steeds op de kaart te zoeken naar de route. Deze was uitstekend gepijld en op bepaalde kruispunten stonden zelf verkeersregelaars om het in goede banen te leiden. Opvallend genoeg bleek Huub ook nog eens interessante informatie over bepaalde gebouwen waar we langs kwamen te hebben. En als het zo massaal is kom je ook nog de prachtigste fietsen tegen. Wat een mooi spul allemaal. Het leek wel of er niet gekeken werd op een paar centen. O ja, zelfs de regionale televisie was aanwezig.
 
Het eerste uur trokken we samen op, maar al snel bleek dat dit niet houdbaar was. Marcel, Edwin en Huub hadden een te hoog tempo en dus besloten Judith en ik onze eigen weg te gaan en wat meer te tijd te nemen.
We hebben genoten van het lekkere weer en kwamen heel wat bekende fietsers tegen en zowaar ook nog Reint van Asselt. Ook Reint nam er alle tijd voor om er van te genieten.
 
Rond een uur of 1 kreeg ik een SMS´je van Edwin. Zij bleken al gefinisht en op weg naar huis. De grote massa was toen nog onderweg. Ruim anderhalf uur later zat het voor Judith en mij er ook op.
 
Tot slot nog een plaatje van een van de toerfietsers. Hij zag er wel indrukwekkend uit. Of ie ook mee kon komen weet ik helaas niet.
 
Wij kunnen terugkijken op een geslaagde dag. Misschien dat we volgend jaar weer gaan naar een dergelijk evenement. Het was slechts de derde keer dat er een etappe in de Ronde van Spanje uit een Nederlandse plaats vertok, maar het was wel een hele leuke ervaring en voor herhaling vatbaar.
 
Marco Langevoort

 
 
 
U bent niet geauthoriseerd om reacties te posten.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment' target='_blank'>CComment