Inlogformulier

       
  • Kids
  • Fietsclub
  • Clubs
  • Stedentrip
  • Evenementen
  • Feesten
  • Sportief
  • Bands
  • Workshops

Het Kleine blad (10-2006)

Artikelindex

Fiets Toerclub Centraal Beheer


Officieus orgaan van de FTCB

 

Oktobernummer 2006
(collectors item)

 

Fiets Toerclub Centraal Beheer


 
"Het Kleine Blad"          Officieus verenigingsorgaan van wielervereniging
                                  "FTCB". Verschijnt twee maal per jaar: in mei en oktober.
 
Post-adres:                   Secretariaat "FTCB"
                                   t.a.v. Herman Postma
 
Redactie                        Marcel Janssen
                                   Marco Langevoort
                                   Edwin Buys
 

 
"FTCB"                         Opgericht 1 juni 1991
 
Aangesloten bij:              Nederlandse Toer en Fiets Unie
 
Bestuur 2006                  Voorzitter:          Herman Postma
                                    Penningmeester/
                                    Secretaris:          Arie Hertgers
                                    Lid:                     Peter Jaarsma
                                    Lid:                     Tjeerd Nutters
                                    Lid:                     Marcel Janssen
 
Erelid                             Klaas Molenaar, Cor Spruyt
 
Onderhoudsruimte:           eigen schuur/zolderkamer/washokje
 

 
Trainingen: iedere dinsdag:       19.00 vanaf Malkenschoten
(alleen gedurende de zomertijd)
 

kopij voor volgende "Het Kleine Blad": 30 april 2007
 


 
Voorwoord
 
Voor je ligt het oktobernummer van het Kleine Blad 2006. Door veel van de geschreven stukjes loopt als rode draad de 25e Ardennentocht. Voor deze prachtige jubileumtocht gingen weer mensen trainen die jaren niet mee hadden gedaan. Bij sommige ging de voorbereiding goed, anderen hadden pech.
 
De grootste pechvogel was wel Bert Kwakernaak, hij werd geveld door een mysterieus virus. Hoe het nu met hem gaat lees je verderop in dit blad.
 
Ken je die grap van die twee jongens die L-B-L gingen fietsen? En die grap van die andere twee die in Zwitserland gingen mountainbiken?
Nou, ze gingen niet.
Maar ze schreven wel een stukje voor het Kleine Blad. Zoals zoveel mensen dit keer. Wij vinden toch iedere keer weer veel mensen bereid die een verhaaltje willen schrijven. Fietsen is leuk. En erover schrijven en lezen is zeker zo leuk. Ga door met fietsen en zet je ervaringen op mail naar ons.
 
In dit boekje staan veel foto's, we hopen dat ze in zwart-wit enigszins goed overkomen. Om de goede kleurenfoto's te zien verwijzen we naar de digitale versie. Ook vanuit je thuis-pc te lezen via www.vpcb.nl,
 
De redactie
 



Cor's Column

In mijn column wil ik nog wel eens klagen dat ik weer niet aan fietsen ben toegenomen; mensen die niet meer werken hebben nu eenmaal nergens meer tijd voor. In augustus dacht ik nog even het is afgelopen, maar september was de mooiste maand in driehonderd jaar en daar kun je dus moeilijk wat op aan te merken hebben. Al met al hebben we er op het tandempje nu iets meer dan 800 kilometer uitgeperst en dat is voor de laatste jaren een ongekende prestatie (al zeg ik het zelf).
 
Maar al het gefiets op de Veluwe - op zich een prachtige omgeving, waar je ongekend kunt fietsen zeker als iedereen verder aan het werk is - staat voor mij toch in de schaduw van de vijfentwintigste CB-Toertocht. In dit nummer wordt er vast wat meer over geschreven door de echte fietsers van de tocht, dus ik zal niet ingaan op de feitelijke gebeurtenissen maar meer op enkele indrukken.
Bij die indrukken speelde weemoed en nostalgie voor mij een grote rol. Die gevoelens werden versterkt door vooral de tweede en de derde dag, toen de "oude route" werd gereden. Los van alle herinneringen die daardoor boven kwamen aan fraaie voorvallen viel me vooral op dat je vele, vele kilometers landschap herkent en dat is denk ik alleen mogelijk als delen van die oude beelden nog steeds in je geheugen zitten. Dat herkennen is toch niets anders dan zien dat er overeenstemming is tussen wat je ziet en wat nog 'ergens' in je bovenkamer is opgeslagen.
 
Wat ook erg opvalt zijn de fietsen zelf. Bij de eerste tochten zag je de techniek wel verbeteren, maar was het allemaal toch veel kwetsbaarder dan nu. Er moest nog wel eens eindeloos aan derailleurs gesleuteld worden, kettingen werden slap en/of liepen er steeds af, brackets gingen los zitten, kabels rekten uit of braken zelfs. Veel vaker moesten allerlei zaken worden bijgesteld en alle bidons roken naar plastic waar de inhoud ook naar smaakte. Lekke banden vielen toen niet eens op en komen nu haast niet meer voor.
 
En dan de 'schoonheid'; je kunt nu om sommige fietsen heenlopen haast verbijsterd door de prachtige vormgeving, als dan ook nog de typeaanduiding naar een bijbeltekst verwijst is de fietsmagie wel compleet. Ik heb het dan over de Italiaanse fiets van Bertus. Maar ook de Hollanders kunnen er wat van. Ik denk dan aan de prachtige, strakke Van Herwerden van Lex, al zou het mij niet verbazen als het frame in België gemaakt zou zijn, want ook die kunnen er wat van. En dan doe ik nog vrijwel iedereen tekort, want natuurlijk was het één en al schoonheid.
 
Overigens kunnen technische ontwikkelingen ook tot frustratie leiden. Tot voor kort konden, als wij op onze tandem rijden, alleen enigszins getrainde jongeren aanhaken. Nu gebeurt het ons dat degelijk in het pak gestoken bejaarden op een sportfiets met enorme fietstassen zonder problemen aanklampen zonder daarbij het klassieke gesnuif en gesnotter te produceren dat aan een snel afhaken voorafgaat. In tegendeel: men blijft kilometers achter je aanhangen terwijl je toch boven de dertig gaat. Dan blijkt de bejaarde op een "sportfiets" te zitten waar in de oversized buizen handig een accu en een elektrisch motortje is verstopt. Ook bijzonder is dat je tijdens beklimmingen voorbij gereden wordt door 
 
Vrolijk fluitende opa's die ogenschijnlijk spelenderwijs een zwaar verzet rondtrappen tot een zacht zoemen van het motortje hen verraadt.
Maar al met al was het een prachtig seizoen om op terug te zien met misschien nog wel een aantal mooie fietsdagen in het verschiet en komen die niet, dan hebben we altijd nog de DVD van de toertocht.
 
Cor
 
 


 
De estafettepen van… Eric Timmer
 
Wat zou mijn leven er anders uitzien zonder racefiets. Geen hongerklop, geen steenkoude voeten, niet meer het genot van een draaiende wind, niet meer volledig stuk gaan met een verkeerde versnelling op een steile klim, geen zadelpijn meer en wat voor mij ook nog geldt: geen valpartijen meer.
De wielerheroïek die ik als kleine jongen bij de tourvedetten bewonderde, vermengd met het oneindige genoegen van zelfkastijding. Het bezit én gebruik van een racefiets staat al sedertdien (sinds de aanschaf) borg voor een onuitputtelijke bron van sterke verhalen.
 
Het grappige is, dat naar mate je een verhaal vaker vertelt, de klim steeds steiler wordt en het afzien reusachtige vormen begint aan te nemen. Als ik op een racefiets klim word ik een ander mens. Alsof een magische oerkracht zich meester van je maakt en volledig bezit van je neemt. Een gevoel van roekeloosheid en strijdlust, beide rechtstreeks beïnvloed door de overmatig aangemaakte adrenaline.
Wielrennen is over het algemeen hartstikke leuk. Al dacht ik er op die bewuste dag in Luxemburg er heel anders over. Valpartij zo zonder oorzaak of aanleiding. Een laatste herinnering, daarna bewusteloosheid en een zwart gat. Tot het volle besef komen op weg naar het ziekenhuis in Ettelbruck.
Vervolgens met de fantastisch geduldige en rustige Gerard en Jaap wachten op een medisch onderzoek. Geen hersenschudding, maar wel een gebroken jukbeen. De nodige ontvellingen en de rijkelijk gebruikte rode jodium maken het drama zo voor het oog helemaal compleet. Een hectische dag, die eindigde met een aankomst bij mijn eigen achterdeur om 2 uur 's nachts. Met dank aan Tjeerd, die de volgende dag weer richting Luxemburg toog om de fietscampagne met de rest van de groep succesvol af te ronden. Bij het zien van het gezicht van Erik Dekker na zijn valpartij, besefte ik weer eens te meer dat ik een heel groot engeltje op mijn schouder had zitten die bewuste dag. Maar ook, dat vallen onlosmakelijk bij een racefiets hoort.
 
Inmiddels heb ik een geheel eigen stijl als wielrenner ontwikkeld. Om het gevoel van persoonlijke trots voor mijzelf compleet te maken, beschouw ik mijzelf als wat je zou kunnen omschrijven als een 'klassieke renner'. Een klepper, die stijfkoppig de polderwind trotseert en de Hollandse hellingen, liefst geschakeld op het buitenblad, volledig op de macht neemt. Aan lange
klimmen en scherpe afdalingen heb ik een behoorlijk broertje dood. Niet voor niets is mijn favoriete trainingsrit de omloop Vaassen-Elburg-Dronten-Kampen-Wezep-Vaassen. Polder, wind en eindeloze vlaktes. De racefiets en je eigen gedachten en jezelf onderweg meer dan 10 keer tegenkomen. Toch heb ik ontdekt, dat klimtrainingen voor mij wel degelijk van grote betekenis zijn. Het duurvermogen en de macht worden maximaal onderhouden door het verrichten van klimarbeid op steile hellingen. Eigenwijs de Posbank oprijden op de grote plaat en dan aan het einde met het zuur in je donder aan het einder van de Lange Juffer weer proberen het ritme van de vlakke weg op te pakken.
 
De 2e plaats tijdens de laatste tijdrit, door het volledig stilvallen op de klim in Radio Kootwijk was dan ook terug te voeren op veel te weinig hoogtemeters in het voorjaar. Of het met de val in het voorgaande jaar te maken had? Feit is, dat het wielervirus mij dit voorjaar pas laat infecteerde. De zware clubkoersen in Limburg en Luxemburg stonden daarom niet op mijn agenda. Maar niet voor niets reden de coureurs die uit Luxemburg kwamen een dijk van een tijdrit. Zoals ook de coureurs die de Alto's tijdens de Vuelta bedwongen, oppermachtig waren tijdens het wereldkampioenschap.
Zondagochtend is de weersverwachting weer gunstig. Toch maar weer de Posbank, de Aardmansberg en de Knobbel. Omdat ik weet dat het goed voor mij is. Om het vermogen te kweken om straks in november in de vroege namiddagschemer, in het plaatje van een volledig verlaten polder, ook nog oppermachtig de gure herfstwind te kunnen trotseren.
 
De estafettepen wil ik doorgeven aan Willie van Gurp. In de wetenschap, dat hij druk in training is voor het lopen van een marathon én afgelopen jaar in Luxemburg tot over zijn grenzen is gegaan, zou het heel wel mogelijk zijn dat de lezers van het Kleine Blad een volgende nummer gaan ontvangen, dat werkelijk druipt van de heroïek!
 
Met sportieve groet,
Eric Timmer
 
Het is de bedoeling dat degene die de estafettepen heeft doorgekregen, een stukje schrijft en vervolgens de pen doorgeeft aan iemand anders van onze club.De volgende personen zijn in het verleden al aan de beurt geweest: Ron Haanraadts, Wim Burghout, Ria Rozie, Klaas Molenaar, Peter Jaarsma, Gerard Linthorst, Frans Gruben, Bert Kwakernaak, Edwin Buys, Reint van Asselt, Frans Oudt, Frie van Belle, Ian Beck, Arie Hertgers, Bertus Diestelhof, Ton Schuiling, Ronny Gelhever, Peter Rakhorst, Tjeerd Nutters, Jaap Jippes.
 


 
25e Centraal Beheer-tocht
 
De editie van dit jaar stond in het teken van het jubileum en afscheid (?) van Klaas Molenaar. In diverse media is daar al over geschreven. Hier zal ik proberen over andere zaken te schrijven.
 
Voor het eerst in jaren gingen we weer met de bus naar Clervaux. Tijdens deze speciale editie zouden we namelijk weer terugfietsen naar huis. Er waren een aantal nieuwe gezichten en een paar mannen die na een paar keer passen nu toch weer op de fiets kropen. Uiteindelijk waren we met 24 man, net één te weinig om het echt symbolisch te maken.
De eerste dag was dezelfde als de afgelopen jaren en toch gaat het niet vervelen. Het is ook wel fijn om de route te weten. De parcourskennis is de enige manier om sterke debutanten achter je te houden. Het gaat natuurlijk om toerfietsen, maar toch. De temperatuur was redelijk. Bergop heerlijk, maar bergaf was het toch behoorlijk fris.
In de ploegleidersauto zaten Jaap Jippes achter het stuur en Cor Spruyt achter de routekaart. Jaap zat ook veel achter het fototoestel en heeft daarvan na afloop voor iedereen een mooie DVD gemaakt. In de bezemwagen zaten Tjeerd Nutters, die ook af en toe fotografeerde, en fietsenmaker Rik, die drie dagen niets te doen heeft gehad.
 
Ondanks het feit dat we deze route al tig keer eerder hebben gereden, werd er toch één keer verkeerd gefietst en zo kon een debutant uit Friesland, Hans, als eerste op een beklimming van 1e categorie bovenkomen, gevolgd door een debutant op een hybride, Dennis.
Zonder kleerscheuren bereikten we ons hotel in Clervaux. Was dit de laatste keer dat we bergop sprintten om als eerste bij het hotel te zijn? Voor de statistieken: Ton was als eerste thuis.

De tweede dag begon zoals altijd: achter elkaar door Clervaux, direct erna de eerste klim en Edwin als eerste boven. Tot aan Vielsalm geen verrassingen. De eerste pauze was nu niet voor de Wanne, maar er bovenop. Vorig jaar noodgedwongen. Nu op ons verzoek. Eerlijk gezegd niet omdat de stop bovenop zo goed is, maar omdat de aanloop zo lekker is. De weg van Vielsalm naar De Wanne leent zich er voor om lekker door te knallen. Op het moment dat Ton en ik elkaar aankijken weten we dat het buitenblad erop gaat en we zijn weg. Vijf man konden volgen. Achteraf hoorden we dat in het peloton een aanrijding is geweest, overigens zonder schade. Een auto werd door een wegversmalling gedwongen in te voegen en raakte daarbij Wim. Zo zie je maar weer, dat hard rijden niet altijd gevaarlijker is. Iedereen kwam fietsend boven en we genoten in het zonnetje van drank en taart.
De temperatuur was hoger dan een dag eerder.
 
 
Na de eerste pauze vervolgden we onze weg en voorbij Stavelot gingen we dan een weg op waar ik volgens mij 8 jaar gelden voor het laatst ben geweest. We gingen namelijk niet rechtsom terug naar Clervaux, maar op weg naar Sittard. Onderweg passerden we het hoogste punt van Belgié, gevolgd door misschien wel de mooiste afdaling die ik mij kan herinneren, die naar Jalhay. En dat is wel iets wat we de afgelopen jaren hebben gemist. Nou is er zowaar gewerkt aan de weg in Belgie en er is een fietspad gemaakt. Wel zo veilig, maar wel jammer dat dit fietspad na 4 kilometer ophield en je dan over een drempeltje naar de hoofdweg moest en da's niet zo veilig. Voorbij Jalhay ging de afdaling verder. In potentie een nog mooiere afdaling, maar gaten en scheuren in het wegdek maakten het tot een gevaarlijke onderneming.
 
Door de Voerstreek reden we naar Nederland en voorbij Valkenburg hadden we de laatste klim van deze driedaagse. Toen begon het draaien en keren, remmen en optrekken tot aan het Sporthotel in Sittard. Een prachtig hotel met zwembad, congreszalen, fitnessmogelijkheden enz. Helaas, wij mochten in het budget-gedeelte. Bij de aanblik door ons omgedoopt tot low-budget en na het douchen zelfs tot no-budget. Toch vermaakten we ons prima. We deelden onze etage o.a. met Amerikaanse tienermeiden. Door de hotelleiding werd ons dringend verzocht om geen gebruik te maken van de damesdouches of toiletten.
Cor had echter de volgende dag weer de pech (of geluk) dat de bordjes waren omgedraaid en dus liep hij zaterdagochtend nietsvermoedend in kimono de damesdouches binnen. Het gegil maakte dat hij nu niet iedereen persoonlijk hoefde wakker te maken. Er zal nog lang worden nagesproken over ons verblijf in het no-budget-hotel.
 
Na het ontbijt vertrokken we voor de rit waar ik het meeste tegenop zag: 200 km vlak. De afstand is niet het grootste bezwaar, maar wel de eentonigheid. Ik ben niet zo van autorijden, maar persoonlijk had ik liever een rondje Zuid-Limburg e.o. gedaan en dan met de auto naar huis. Aan de andere kant heeft naar huis fietsen ook wel wat heroïsch. Als je zegt dat je 200 km hebt gefietst spreekt dat toch minder aan dan wanneer je zegt dat je van Sittard via Duitsland naar Apeldoorn bent gereden. En daar thuis staan ook je vrouw en kind te wachten. Da´s ook leuk.
De temperatuur lag weer een stukje hoger dan op vrijdag. Het tijdsschema liep even een deukje op omdat Cor op ijs trakteerde, maar voor het overige ging het vlotjes. Onderweg tekenden we allemaal nog even een kaart voor Bert Kwakernaak die ernstig ziek is. Een paar weken eerder was hij nog mee met de 7-heuvelentocht en nu kan ie eigenlijk niets meer. Heel bizar. (Zie ook elders in dit blad-red.)

Gezamenlijk bereikten we Apeldoorn waar Klaas als eerste over de finish ging. Nog even met z´n allen op de foto voor de Achmeakrant en dan op naar een heerlijk warm en koud buffet.  

Marco Langevoort
 

 
Ein letztes woord zum abschied
 
Tja , je zegt tegen jezelf : dit is echt de laatste keer dat ik meedoe. 25 jaar zonder onderbreking meegefietst en in leeftijd van 66 jaren is genoeg.  Maar bij de finish die je na drie dagen fantastische sport overgaat, slaat het verlangen naar meer al weer toe! Het ging nog zo goed. Toch vertrek maar aangekondigd. Volgend jaar één dagje meefietsen ??
Wat een periode!! De eerste tocht in 1982 naar Brussel. Van de huidige lezers van dit blad weet alleen Cor Spruyt hier nog van . Hij fietste toen ook mee en had de eer de eerste lekke band te hebben van deze 25 jaar. We wisten alleen dat Brussel zuidwaarts was en ver weg. Als begeleiding was er slechts een auto met caravan voor bagage en voedsel.
 
Met de kaart in de tas en al vragende soms naar de juiste route bereikten we 's avonds laat Brussel (250 km), goed eten op kosten van CB-Direct en daarna miserabel slapen in een slecht hotel: op de grond, want de bedden waren te slecht. De douche (één op de gang) was eigenlijk te vies om er gebruik van te maken. De volgende dag weer 250 km terug.  Sommigen hadden een redelijke racefiets, maar de meesten behielpen zich met fietsen die heden ten dage zouden worden afgekeurd. Maar toen al : wat een plezier!!
 
Vanaf toen tot de laatste tocht in 2006 is er van alles gebeurd tijdens 25 tochten, maar één ding staat voorop : altijd geweldig plezier en in 25 jaar nooit onvertogen woorden. Gevolg is het hebben van zeer vele vrienden en enkele vriendinnen binnen alle onderdelen van Centraal Beheer en zelfs binnen enkele andere delen van het huidige Achmea en ook buiten Achmea van fietsers die nu elders werken..
Samen met Cor Spruyt en Ria Rozie (moeder van het peloton) heb ik vele tochten uitgestippeld (worden thans nog gereden) en georganiseerd. Later gelukkig overgenomen door andere enthousiaste CB'ers.
Het is niet mogelijk hoogtepunten van 25 tochten te beschrijven in dit artikel. Het zijn er teveel: deelnemer die na enkele km al moeite heeft een brug over te komen maar toch (we wachtten altijd) de tocht uitrijdt, slapen op een oude mijnenveger in Trier, in auto's van schade-experts naar Trier (die maakten er daar een feestje van), tijdritten, knokken tegen elkaar bergop, naar Minden (zusterstad van Apeldoorn met start om 06.00 uur door burgemeester van Apeldoorn en voorzitter Raad van Bestuur CB) 250 km heen in volle regen en terug ook weer 250 km, teveel gedronken in Vaals (2e tocht)  met slapen in stapelbedden in jeugdherberg, gierende afdalingen, massages tot `s nachts laat ,etc. ,etc. etc.
 
Ik heb me steeds ingezet voor continuering van deze prachtige traditie van de jaarlijkse "CB-tocht"  Soms met 11 deelnemers, soms met 30 deelnemers (krijg je in Luxemburg wel de politie achter je aan) en enkele keer ook met dames als meefietsers (een enkele kon dat erg /te goed)
Steeds ook met een geweldige hulp van de begeleiders: voorrijders en achterrijders die met engelen geduld en ook veel professionaliteit langzaam voortsukkelen (in de hitte!) en het peloton voorzien alle mogelijke hulp.
 
Ik hoop dat de CB-tocht nog vele jaren zal plaatsvinden, dan zullen ook anderen wellicht de 25e keer kunnen bereiken. Bovenal is het telkens weer een belevenis om in zulk een sportieve en vriendschappelijke sfeer een aantal dagen te mogen meedoen.
 
Ik dank een ieder die hierbij betrokken is (geweest) dat ik dit 25 jaar heb mogen meebeleven.
 
Klaas Molenaar
 


 
Tijdrit op 30 juni 2006
 
2Op de dag na de tijdrit liep ik wat spullen door en ik kwam het verslag van 2001 tegen. De opkomst was toen ook mager, dat was dit jaar helaas niet anders.
In 2001 zette de gastrenner van TC Ugchelen, Reinier Treur, een beste tijd neer van 20 minuten en 30 seconden, een gemiddelde van 38 km op een parcours van 13 km.
In dat jaar was Frie van Belle de beste met een tijd van 22.12 met Bert Kwakernaak als tweede met een tijd van 22.18. Vooral dit feit confronteert je met de huidige realiteit. Want Bert is geveld door een vrij onbekende ziekte die hem op dit moment elke activiteit in wat voor vorm ook ontneemt. Bert ligt in het ziekenhuis en zal langdurig moeten revalideren. Wij wensen hem alle beterschap.
 
Terug naar de tijdrit.

Na de close finish van vorig jaar tussen Mathieu en Eric, 1 seconde verschil in het voordeel van Eric, dit jaar een verdere verbetering van de tijd door Mathieu met een prima tijd van 20.54. Iedereen verbeterde zijn persoonlijke beste tijd. Ook de debutante zette een prima tijd neer.

De Uitslag:
Mathieu de Waal
20.54
Eric Timmer
21.25
Bertus Diestelhof
22.04
Marcel Janssen
22.21
Arie Hertgers
22.53
Ilona Verhagen
25.30
 
 
 
 
 
 
 
 
Na afloop reden we nog een tochtje over Hoenderloo en de Posbank (koffie met) van ca 55 km.
Het weer was voortreffelijk en de gezamenlijke lunch in Beekbergen ook.
 
Peter
 
(Voor meer (grote) foto's, zie hier)
 

     
 
    
 
    
 

 
Een fiets verstellen is dat ''geen kunst'' of een zware beproeving?

Op een regenachtige zaterdag in het toerboek snuffelen is altijd een optie, fietsen niet maar naar fietsen kijken of toertochten uitzoeken is dan een favoriete bezigheid. In het boek werd de La Trappe tocht genoemd en dat vond ie wel wat. ''Beetje jeugdsentiment en een mooie omgeving'', zei hij. De afstand niet al te ver ( ± 100 km.) Nou ik was wel benieuwd eigenlijk, dus laten we die maar een keer fietsen dan.

Omdat de afstand 's ochtends wel wat ver is vanaf Apeldoorn naar ergens in de Peel? gaan we op vrijdagavond alvast in de buurt kamperen. Zo kunnen we mooi op tijd starten. Het is heerlijk dat je na je werk de caravan achter de auto kan hangen, boodschappen mee en hondje mee en rijden maar. Het baasje regelt alles, draait de pootjes uit, pakt de boodschappen uit, maakt het bedje op, nee ik word echt super verwend.

Op de ochtend van de toerdag laat ik altijd de hond uit, het baasje zorgt voor eten en drinken en maakt de fiets in orde. Zo ging het ook dit keer. We fietsten om ± 07.30u van de camping richting startplaats, mooie rit, wel koud en een beetje winderig. We raakten in mul zand en tja.... dat is lastig sturen met een tandem en met 2 man erop, dus we gingen plat op onze b... Als je tandemfietst moet je dat wel goed maken anders fiets je de hele dag uit balans, zowel lichamelijk als geestelijk. Dus effe gepraat, sorry gezegd, ik zal beter doortrappen, kusje gegeven en vooruit we gingen weer verder.
De tocht begon schitterend we hebben een hele tijd alleen gefietst, door het gewin aan conditie ook veel andere fietsers ingehaald, nee het begon helemaal super. Er waren niet veel klimmetjes, wel veel open velden en wat mankementen in de wegwijzering.

De eerste stop vond ik toch wel ver, meestal stoppen wij na ± 40 km om de dag een beetje soepel door te komen. Nu kwam die La Trappe Abdij maar niet in zicht. Daar word ik toch een beetje onrustig van en waarschijnlijk door mij werd ook het baasje een beetje onrustig. Beetje heen en weer schuiven, armen losschudden, effe van het zadel in verband met zere delen en zo verder..... Er kwam een fietser ons achterop rijden, hij begon een praatje en wilde een stukkie meerijden en het tempo ging omhoog en de wind werd ook wat strakker. Gelukkig kwam de eerste stop in zicht, wel iets meer kilometers dan de aangegeven 60, want met de gereden omweggetjes hadden we toch al wel 75km gefietst.
We hebben lekker geluncht, geen appeltaart! maar wel soep, appel en andere lekkere dingetjes en na krap een half uurtje de fiets weer op.

Het kost dan even tijd om weer opnieuw in balans te komen. Eerlijk gezegd we kwamen niet vooruit op dat kreng. Wat een wind, ''had jij dat gemerkt?'' riepen we tegen elkaar? Maar we lieten ons niet kennen ten opzichte van elkaar dus hop, tempo toch een beetje omhoog om weer in een goede cadans te komen.
Langs, vooral open velden en wegen én langs water voerde de tocht ons voort. En wat normaliter niet gebeurt, gebeurde nu wel het baasje kreeg míjn mentaliteits probleem. Ik vroeg heel voorzichtig wat er was en kreeg als antwoord: ''ik zit niet lekker, pijn in de schouders, moe in de armen, zadel doet pijn, pap in de benen''.
Ik dacht nog wat raar dat heeft ie anders nooit. Nog maar eens proberen, want dit was ik niet gewend. ''Hoe kan dat dan, schat?'' ''Ik heb de fiets vanmorgen een beetje versteld zodat jij beter over me heen kan kijken en ik wilde zelf ook wat beter zitten. Het zadel heb ik een beetje gekanteld, ik heb het stuur een beetje omlaag gezet en gekanteld, want ik dacht dat jij .....'' Ja, en toen was ik stil, muisstil, want als hij dit speciaal voor mij doet en hij ziet het niet meer zitten kan ik beter maar niets zeggen en doortrappen. Het lag me voor in de mond om commentaar leveren op het feit of het wel zo verstandig was om de fiets te verstellen voor zo'n lange tocht, maar ik hield het wijselijk voor me.

We moesten toch zeker nog een kilometer of 20. Het was dus mijn beurt om de mentaliteit op te vijzelen. Dus dat werd kletsen, kletsen en nog eens kletsen om voor de nodige afleiding te zorgen. Nee niet reageren op heftige bewegingen voorop, gewoon dóórtrappen. Zo ben ik door het baasje ook door moeilijke fietstijden heen gekletst. Maar... het werkte niet. Wat ik ook probeerde, hoe moe ik zelf was én toch bleef trappen want dat had ik 's morgen na de val beloofd, niets werkte. Het baasje had het zo te kwaad dat de tocht die zo heerlijk begon bijna in een fiasco zou eindigen. Hij zei letterlijk: ''´Wat een sport, wat een onzin om jezelf zo te laten afbeulen, als het einde van de tocht niet gauw in zicht komt, kieper ik die fiets zo het kanaal in!''

Op dat moment schoot ik zo in de lach, ik zag het al helemaal voor me, het baasje al fietsend eraf springend en ik, vastzittend met de clips, zó met de tandem mee het kanaal in.
Het is goed gekomen getuige dit stukje. We hebben ook wat geleerd tijdens deze tocht, namelijk een fiets verstellen is niet ''geen kunst'' maar een zware beproeving.
Nee, we hebben de tocht nadien niet weer gefietst, het jeugdsentiment is wel weggewaaid.

Leontien


 

Mijn fietsseizoen door Arie Hertgers

Graag maak ik jullie deelgenoot van hoe mijn training- en fietsseizoen is verlopen dit jaar met een korte vooruitblik naar volgend jaar.

Het voorseizoen
Ook dit jaar bestond het voorseizoen weer uit het langzaam opbouwen van de kilometers om op tijd klaar te zijn voor het jaarlijkse hoogtepunt: de Luxemburg tocht met de (overwegend) Achmea collega's. Hierbij heb ik zoveel mogelijk deelgenomen aan de wekelijkse training op de dinsdagavond. Zo'n vast trainingsmoment is voor mij een welkome stok achter de deur, ook als het een keertje wat minder weer is.
Ook heb ik dit jaar wat meer op mijn hybride fiets gereden. Ik heb afgelopen seizoen een nieuwe Stevens met voorvering gekocht en die rijdt echt een stuk lekkerder dan mijn voorgaande barrel.
Op de Stevens ga ik meestal het bos in. Sinds ik een GPS heb op de fiets gaat er trouwens voor mij een hele nieuwe wereld open. Je kunt routes van Internet downloaden, die je dan vervolgens perfect na kunt rijden door de aanwijzingen op je GPS. Dat werkt echt super. Zo heb ik al verschillende fraaie routes gereden, ook dwars door het bos.
Ook heb ik een keer een van de clubtochten nagereden, die ik eerder met de GPS had getrackt. Dat was ook leuk om te doen.
Een van de meest fraaie tochten vind ik altijd de Mergelland tocht of de 10 Zwaarste Cols tocht, zoals we die de laatste jaren rijden. Het Zuid Limburgse heuvellandschap is voor mij toch wel het mooiste stukje Nederland en de tocht is een perfecte voorbereiding op de beproevingen in de Ardennen.
De Luxemburg tocht ging dit jaar erg goed. Het kostte mij geen bovenmatige inspanning en het was een belevenis om na zoveel jaren weer eens op de fiets vanuit Luxemburg in Apeldoorn aan te komen.

De Zomervakantie
In onze zomervakantie heb ik flink wat afgefietst, vandaar dat ik een paar hoogtepunten hier even uit wil lichten:
Tijdens het eerste deel van onze vakantie verblijven we 9 dagen in Comblain-au-Pont, een klein plaatsje onder Luik, precies op de samenloop van de Amblève en de Ourthe. Op één van mijn fietstochten daar heb ik de hoogtepunten uit onze Luxemburg tocht, de Wanne en de Muur van Stockem, als doel gesteld.
Ik vertrek 's ochtends vroeg en volg de rivier de Amblève die heftig slingerend in oostelijke richting loopt. Het is een prachtige (dus warme) dag en ik heb veel drinken nodig. Daarom sla ik onderweg na een paar uur bij een super maar even 2 liter water in. En ook wat proviand, want op zo'n lange zware tocht moet je goed aan de inwendige mens denken. Het is me al vaker gebeurd dat ik door of een gebrek aan water of door te weinig eten op een gegeven moment afknap (hongerklop) en dat wil ik nu echt voorkomen.
Het beklimmen van de Wanne geeft wel een heel ander gevoel zo zonder mijn fietsmaatjes, maar ik kom toch goed boven. Ook de Muur geeft geen grote problemen. Na de afdaling naar Stavelot neem ik niet de traditionele verraderlijke scherpe bocht rechts omhoog, maar ik ga linksaf en stop nog even in Stavelot bij de opgravingen van een kloosterruïne. Zo zie je nog eens dingen waar je anders aan voorbijrijdt.
Op de terugweg krijg ik het toch nog moeilijk, doordat de door mij gekozen weg over Lorce nog een flinke klim met zich meebrengt. Daar krijg ik spijt van. Een paar honderd meter voor het hoogste punt stop ik even om bij te komen en om het laatste slokje water op te drinken. Ik merk dat het klimmen me nu veel meer moeite gaat kosten. Had ik toch eerder water moeten tanken. Een aantal kilometers verder kom ik gelukkig langs een Super waar ik de nodige dorstlessers scoor, zodat het toch allemaal nog goed komt en ik na zo'n 120 zware kilometers weer van de vakantierust kan gaan genieten.
In het tweede deel van onze vakantie verblijven we in de Vercors aan de rivier de Bourne met haar prachtige Gorges. Hier heb ik mijn hart kunnen ophalen met een aantal schitterende tochten, waarbij ik o.a. de Col de Rousset en de Combe Laval heb beklommen.
Absoluut een aanrader trouwens deze omgeving. Zeker zo mooi als de Ardêche, maar een stuk minder druk in de het hoogseizoen.

Na de vakantie
Voor mij begint na de zomervakantie altijd weer de periode van belangrijke loopevenementen, zoals sinds een aantal jaren de Dam tot Damloop. Dat is een festijn dat ik voor geen goud zou willen missen. Het is één groot feest om door al die dorpjes met allemaal enthousiaste, juichende en feestende Amsterdammers te lopen. De temperatuur was prima voor een goede tijd. Ik heb zelfs dit jaar meer dan 10 minuten sneller gelopen dan vorig jaar, ruim binnen mijn streeftijd van 1:30, dus ik ben erg tevreden.
Het is sowieso merkwaardig hoeveel progressie er dit jaar in mijn prestaties zit. Dit in tegenstelling tot andere jaren. Het is al zeker een jaar of 7 zo, dat mijn loopresultaten heel constant blijven op een gemiddelde van rond de 10 km per uur, terwijl dat in vroegere jaren tegen de 12 km per uur was. Ik had me er al mee verzoend dat dit nou één keer het lot is van de ouder wordende mens, maar dit jaar heb ik zonder nou echt anders te trainen dan voorgaande jaren, mijn gemiddelde zien verbeteren tot inmiddels ruim 11 km/u. Ik ben er nog niet uit waar dat nu door komt. Maar zolang het lekker gaat ga ik maar gewoon door.
Ik houd niet zo van fietsen in de regen en modder, daarom blijven mijn activiteiten in de donkere maanden beperkt tot af en toe een tochtje in een mooi droog weekeinde. Verder voer ik wel mijn looptraining op tot minimaal 3 keer per week, waarbij de afstand varieert tussen de 8 en 17,5 km. In elk geval heb ik het voornemen om volgend jaar in februari ook weer de Minimarathon te lopen, zeker nu Centraal Beheer vanaf 2007 de hoofdsponsor is van dit evenement.

Volgend seizoen
Voor volgend jaar heb ik weer als belangrijkste doel om te gaan trainen voor de Luxemburg tocht. Of en in welke vorm we die weer gaan organiseren is nog niet helemaal duidelijk, maar ik reken erop dat er in elk geval een (zware) meerdaagse in het verschiet ligt. Voor mij is dat ieder jaar weer een drijfveer om minimaal 1500 kilometer in het voorseizoen te trainen, waarbij uiteraard flink wat klimwerk op de Posbank en de fraaie 10 Zwaarste Cols route in Zuid Limburg.
Hierbij zal ik een aantal van jullie ook vast wel weer treffen op de fiets en ik hoop daarbij weer veel plezier te mogen beleven aan onze gezamenlijke sporthobby.

Arie Hertgers

 



Droog-Regenbuitje-Droog

Sinds een paar jaar staat voor Edwin Buys, Ronny Gelhever en mij Luik-Bastenaken-Luik op het programma. Tot nu toe stond ie 4x gepland en zijn we pas 1x in Bastenaken geweest. De editie van dit jaar zou een bijzondere worden. Dat wisten we al 2 jaar geleden. De tocht is namelijk altijd op de tweede zaterdag in augustus en laat ie dit jaar nou vallen op 12 augustus. Oftewel mijn verjaardag, in dit geval een rond getal ergens tussen de 30 en 50. Ik vier al jaren mijn verjaardag niet, maar in dit geval mocht iedereen komen. Maar dan wel in Luik. Ronny meldde zich snel af, maar Edwin en ik, oftewel Bakstedt en Pantani, zouden er staan.

De voorbereidingen verliepen allerminst soepel. De traditionele lange openingstocht vanuit Twello moest ik aan mij voorbij laten gaan. Ik was dit jaar namelijk ook 500 weken getrouwd en dat moest gevierd, precies op ....juist. Al even traditioneel gaan Bakstedt en Pantani in mei naar Limburg. We zijn gekomen tot aan de gebroeders Mendel in Beekbergen. Vanwege de overvloedige regen besloten we Limburg links te laten liggen. Een rondje "zeiknatte zestig" daarvoor in de plaats.
Positief was echter dat ik de Tecklenburg Rundfahrt weer eens heb gereden. Daarvan ook nog 10 km in het wiel van Bram Tankink, maar dan wel op het tandvlees. Een slecht voorteken was echter dat ik voor het eerst in mijn loopbaan een heuvel niet fietsend op kon komen. Oké, er lag grind, het was 24% en het wegdek was glad, maar toch. Ik viel er gewon af. Zelfs lopen ging niet.
Overigens wel een tip, die Tecklenburg Rundfahrt.

Klaas Molenaar had inmiddels al aangegeven ook weer LBL te rijden. Klaas gaat altijd. Weer of geen weer. Kanjer.
Tegen eind juni waren we beide weer op niveau en tijdens de Ardennentocht reden we weer met de subtoppers mee omhoog. Een week later tijdens een rondje Zuid-Limburg ten tijde van de Tour de France begaf de voorvork van mijn Gazelle het en moest vervangen. Het plan om tijdens mijn vakantie in Noordwijk veel te fietsen viel zo ook in het water. Nou ja, water. Het was juli en toen regende het niet. Als alternatief heb ik 's ochtends heel vroeg een aantal keren op het strand gefietst. Een prachtige ervaring, maar een goede voorbereiding op Luik? Niet echt.

Terug van vakantie hadden we nog twee weken om te trainen. Maar ik had nog geen racefiets. Problemen met levering e.d. Dat probleem werd snel opgelost en nu rijd ik op een Bianchi die, als je niet trapt, net zoveel en mooi geluid maakt als de Pinarello van Bertus. Zal wel Italiaans zijn.

Even in de herinnering brengen: het weer in augustus was echt heel slecht. En, jullie kennen ons inmiddels: als het maar niet regent. De laatste zaterdag voor Luik was ook onze laatste kans om een lange rit te rijden. 't Is toch een kleine 240 km. We trainden zo'n 110 km en veel meer zat er ook niet in. De vorm ontbrak. Maandag met TCU nog 65 km en daar moest ik het mee doen. Fiets poetsen en zaterdagochtend heel vroeg naar Luik.

Ware het niet dat Edwin donderdag belde. De weersverwachtingen waren slecht, heel slecht. Maximumtemperatuur in de Ardennen van 14 graden met regenbuien en kans op onweer. We besloten om niet te gaan. Je zult aan onze meisjes moeten vragen hoe chagrijnig je daarvan wordt als het toch niet doorgaat. Dat wordt nog erger als blijkt dat het in de Ardennen die dag niet regent. Een paar spettertjes, da's al.
Zondagochtend 13 augustus gaan we in therapie en rijden over de dijk langs de IJssel. Na 74 km zit het erop. We hebben het gevoel dat het in Luik wel heel zwaar geworden zou zijn. We zijn behoorlijk leeg. Mentaal? Fysiek? Een combinatie? Achteraf misschien toch een wijs besluit om niet te gaan. Volgend jaar een nieuwe kans.
En Klaas? Die was er wel. Die dag werden er nog meer CB-shirtjes gezien in de Belgische Ardennen. Ik wil eigenlijk niet weten wie dat waren. Ben namelijk net weer een beetje over de teleurstelling heen.

Marco Langevoort

 



Nog ff niet ATB´en in Verbier (Zwitserland)!

In HKB van oktober 2005 en mei 2006 heb ik reeds geschreven over de mooie prijs die ik had gewonnen. Een geheel verzorgde ATB vakantie in de Zwitserse Alpen voor 2 personen.
Samen met Huub Linthorst was het de bedoeling om daar de laatste week van september te gaan fietsen. Maar helaas. Eind augustus kregen we de mededeling dat er voor die week te weinig belangstelling was en dat onze week dan ook niet door zou gaan.
Het voorstel om 2 weken eerder naar Verbier af te reizen was voor ons niet haalbaar. In goed overleg is toen besloten om ons uitje op te schuiven naar 2007.

Begin 2007 zullen we een nieuwe week gaan plannen en nu maar hopen dat eea door zal gaan, zodat Huub downhillend kan genieten van de lokale wijnen en ik uphillend van het mooie uitzicht.
Wordt dus vervolgd en hopelijk in HKB van oktober 2007 dan een verslag van een mooie week ATB'en in Verbier te Zwitserland.
 
Edwin Buys



Najaarstocht
 
Maandag 25 september.
Het is de maandag vóór de najaarstocht en ik heb zoals gebruikelijk een afspraak met Peter om de details voor de tocht te bespreken. Zo doen we dat al jaren en Peter heeft dan meestal al de route voorgereden en in zijn hoofd zitten. Zo niet deze keer, Peter gaat helemaal niet mee, hij heeft sociale verplichtingen elders. Ongelooflijk, volgens mij voor het eerst sinds de oprichting van de FTCB 15 jaar geleden doet Peter niet mee aan een clubtocht!
Nou hebben we de tocht over de Holterberg al vaker gereden maar de details heb ik niet in mijn hoofd zitten. Wat te doen: afgelasten of door laten gaan. Peter bood meteen aan de route te beschrijven op papier. Dus door laten gaan. Later in de week blijkt dat Arie de route van vorig jaar opgenomen heeft op zijn gps-apparaatje, dus dan kan er helemaal niets meer misgaan.
 
Zaterdagmorgen 30 september rond half 11.
Arie, Marco, Edwin, Frie, Ilona en ik genieten van koffie of cola light en appelgebak met slagroom op het terras van hotel Dalzicht in Nijverdal. Vooral de combinatie cola light en de slagroom bij het appelgebak verbaast ons.
Het gemakkelijkste deel van de tocht hebben we dan al gehad. Met een zuidenwindje zijn we om half negen vertrokken voor de najaarstocht die ons via Deventer en de Holterberg naar Nijverdal heeft gevoerd. Weliswaar hebben we 2 serieuze klimmetjes gehad maar daar is iedereen in zijn eigen tempo redelijk soepel tegenop gereden.
We zijn ook pas 1 keer fout gereden. Maar dat kwam omdat Arie zo gezellig met Ilona aan het kletsen was dat hij een afslag miste. Met een omweggetje kwamen we toch weer op de juiste route. Frie heeft geen gps nodig, hij kent gewoon alle weggetjes. Met Peter erbij was dit niet gebeurd.
We kletsen wat over het weer: de hele week werd een weersomslag voorspeld. Deze septembermaand is de warmste van de afgelopen 300 jaar. Ook heeft het nauwelijks geregend, maar juist voor deze zaterdag werd voorspeld dat het flink zou gaan regenen. Maar we hebben zelden zo'n prima fietsweer gehad bij de najaarstocht, veel zon en rond de 20 graden.
 
Zaterdagmiddag rond een uur of 2.
We zitten in het pannenkoeken restaurant aan de Deventerstraat onze energievoorraad weer wat aan te vullen. De terugweg vanuit Nijverdal was prachtig maar zwaar. We reden door mooie plaatsjes als Heeten en Broekland naar het pontje in Wijhe. Vanuit Wijhe 16 kilometer over de IJsseldijk en dan via Terwolde en de Vecht terug naar Apeldoorn. De kilometers en de tegenwind gaan ons parten spelen. Het tempo blijft hoog maar niemand houdt het lang vol op kop.
Ook op de terugweg reden we 1 maal fout, een afslag 100 meter te vroeg. Met Peter erbij was dit niet gebeurd.
Ook al was Peter er niet bij, zijn geest was aanwezig. Zo kwam tijdens de pannenkoeken de Luxemburg tocht van volgend jaar ter sprake. Peter zijn idee is om de tocht vanuit Apeldoorn te beginnen, en dan via de Ardennen ook weer terug naar Apeldoorn te fietsen. Een aantal van ons zou dat jammer vinden, zij fietsen liever 3 dagen in de Ardennen.
Na de lekkere pannenkoeken (Ilona had zelfs nog een toetje) gingen we weer op huis aan. Op naar de volgende afspraak: de snerttocht. Hopelijk weer met Peter erbij, want om eerlijk te zijn, we hebben hem wel gemist.
 
Marcel
 
Ingezonden mail:
Geachte redactie,
Tot voor een paar jaar geleden werd regelmatig de eindstand van het kilometervreterklassement in het kleine blad afgedrukt. De laatste jaren heb ik deze niet meer aangetroffen, hoe zit dat?
Geachte lezer,
Omdat Peter Jaarsma alle edities tot nu toe van het kilometervreterklassement heeft gewonnen, is er verder niemand meer die de kilometers bijhoudt en instuurt. Het wachten is op iemand binnen onze club die meer dan 14.000 kilometers per jaar fietst (clubtochten tellen dubbel!), dan wordt het weer interessant om het af te drukken.

 



Mijn tocht deze zomer

Vol goede moed toog ik in het voorjaar na de algemene ledenvergadering van de FTCB. Na 2 jaren afwezigheid had ik me nadrukkelijk voorgenomen (geïnspireerd door Peter, Arie en andere enthousiastelingen) om dit jaar de jubileumtocht mee te trappen. Mijn fiets had ik uit de nok van de schuur gehaald en bij de fietsenmaker weer gebruiksklaar laten maken.

De openingstocht meegefietst, ook enkele andere tochten in de omgeving (Zevenaar, Twello, Voorthuizen). Rond medio mei had ik er al 800 km opzitten. Dat ging dus goed lukken om weer op peil te zijn voor de Ardennentocht, ik zou niet achteraan fietsen (humhum).

Medio mei kreeg ik tintelingen in handen en voeten. Na mijn tocht langs fysio- en manueel therapeut en huisarts ging ik uiteindelijk op 1 juni naar het ziekenhuis voor onderzoek. In tegenstelling tot wat ik verwachtte, was dit het begin van wat achteraf bleek, 10 weken uit huis. De diagnose was gesteld op Guillain Barre, ik bleef in het ziekenhuis ter observatie. Niet meer werken, niet meer hardlopen, niet meer fietsen, niet meer vakantie niet meer ..... Plat liggen en afwachten hoe de ziekte zich verder zou manifesteren. Gelukkig had ik een milde vorm van deze ziekte en ben steeds bij geweest en heb doorlopend kunnen communiceren.

Liggend in het ziekenhuis had ik 100 % het besef hoe het leven zich buiten afspeelde. Het weekend dat de fietsers naar de Ardennen gingen en daar fietsten heb ik dan ook zeer bewust (en met pijn in mijn hart) beleefd. Daar had ik ook willen zijn, maar was volstrekt onmogelijk. Ik was inmiddels zover afgetakeld dat ik bijvoorbeeld 2 keer per week op een douche brancard door de verpleegkundigen werd gedoucht. Zelfstandig was ik tot niets meer in staat.

Ik heb ontzettend veel aandacht, waaronder kaarten, in het ziekenhuis (en daarna het revalidatiecentrum) ontvangen. Geweldig vond ik het dat ik na het fietsweekend een kaart uit Luxemburg ontvang, met door alle fietsers en begeleiders een persoonlijke wens of groet. Ontroerend was het voor mij. De kaart heeft weken op mijn kastje gelegen en heb ik ook diverse keren weer vastgehad en gelezen.

Na 5 weken ziekenhuis (op 5 juli) ging ik per ambulance naar de Kastanjehof (revalidatiecentrum in Apeldoorn). De ziekte was tot staan gekomen, het werd nu tijd voor revalideren. Langzaamaan kwam de kracht terug en zette ik mijn eerste pasjes in de brug. Na de brug kwam de rollator, vervolgens de eerste wankele pasjes zelfstandig. Ondertussen al eerste conditie oefeningen achter een speciale fiets.
In de Kastanjehof zijn Peter en Marcel namens de fietsclub op bezoek geweest en hebben mij bijgepraat over 'De tocht'. Heerlijk om die verhalen te horen. Ook kreeg ik het boek: 'Lance Armstrongs oorlog' van Daniel Coyle, waar ik dagelijks in gelezen heb. Een aanrader.

Na weer 5 weken (9 augustus) kon ik zodanig zelfstandig functioneren dat ik permanent naar huis mocht, maar tot 1 oktober heb ik wekelijks 4 keer getraind in de Kastanjehof. Op dit moment is mijn spierstelsel weer aardig op orde, maar conditioneel mis ik nog behoorlijk wat. Lange duurinspanning is nog uit den boze. Na enige inspanning ben ik behoorlijk vermoeid. Ik rust ook nog extra op een dag. Werken doe ik nu ook nog niet. Komt op zijn tijd wel weer!

Ik wil jullie allemaal bedanken voor alle aandacht en belangstelling tijdens mijn ziekteperiode (ook nu nog steeds) en hoop een volgend seizoen weer (vooraan) mee te fietsen.

Groet,
Bert Kwakernaak



Wat ga ik doen de komende winter?

Voor de meeste fietsers zit het seizoen er zo ongeveer op.
De avonden worden korter, het wordt wat kouder en vooral vochtiger.
De fiets wordt voor de laatste keer gepoetst en weemoedig op zolder gehangen.

Op zo'n moment denk je nog één keer na over alle "topprestaties" van het afgelopen seizoen. Dit noemt men evalueren = terugkijken wat je bereikt hebt en wat (nog) niet gelukt is.
Deze evaluatie gebruikt je dan weer om een plan te maken om volgend jaar (nog) fitter aan de start te verschijnen of in het ergste geval iets minder uit te dijen van de zware winterkorst (het ullrich syndroom).

Op verzoek van de redactie van "het kleine blad" heb ook ik stil gestaan bij het afgelopen seizoen. En ook voor mijn bestond dit uiteraard uit pieken en dalen.
Het seizoen begon voor mij met de Algemene Leden Vergadering van de fietsclub. Zoals gebruikelijk zaten er weer meer mensen achter de bestuurstafel dan ervoor maar dat mocht de pret niet drukken.

Met veel enthousiasme werd door het bestuur de plannen voor het seizoen 2006 gepresenteerd. Veel bekende ritten natuurlijk zoals de voorjaarstocht, Limburgs mooiste en de zeven heuvelentocht. Natuurlijk werd er ook weer gesproken over de inmiddels 25 jaar bestaande Ardennentocht. Heel impulsief besloot ik die avond om ook maar een keer mee te gaan.
Ik had gelijk een mooi doel om voor te trainen en daarnaast zou het mijn eerste internationale ervaring op de fiets zijn. Toen ik die avond na de vergadering naar huis fietste schrok ik wel van mijn eigen daadkracht.
Ik was nu wel gedwongen om regelmatig mee te fietsen en wat tochten te rijden, want anders kon ik het natuurlijk wel shaken daar in de Ardennen.

Achteraf blijkt de Ardennentocht een fantastische ervaring te zijn die iedere fietser eigenlijk een keer meegemaakt moet hebben. Voor Nederlandse begrippen steile en vooral lange bergen en afdalingen, prachtige natuurgebieden, schitterend weer en een vreselijk leuke groep. Kortom alles werkte mee om er een onvergetelijke belevenis van te maken. Voor mij was de Ardennentocht het hoogtepunt van dit jaar.

Over het dieptepunt wil ik het eigenlijk niet hebben maar vooruit maar.
2 weken geleden heb ik met een individuele tijdrit meegedaan van "snelle henkie". Dit werd georganiseerd door een jongen waarmee ik regelmatig hardloop.
Het was een tijdrit over 26 km. Totaal waren er 33 rijders. Ik startte als 27e rijder. Normaal haal ik nog wel eens een fietser in maar dit keer zag ik niemand. Erger ik werd 4 keer ingehaald door na mij gestarte fietsers. Uiteindelijk ben ik ver in de achterhoede geëindigd.
Kortom gauw vergeten.

De plannen voor de komende maanden.

Voorlopig richt ik mij wat meer op hardlopen. In februari heb je in Apeldoorn de midwintermarathon. Dat wordt mijn doelstelling. Het fietsen laat ik natuurlijk niet helemaal los.
Eén keer per week wordt er weer gefietst op de mountainbike. Tochtjes van gemiddeld 40 km. moeten voldoende zijn om een de fietsconditie enigszins op niveau te houden.

Als er nog lezers zijn die fraaie routes hebben dan houd ik mij aanbevolen.

Maarten van Arendonk

 

 
Boeken Top 5
 
Naast het zelf fietsen vind ik het leuk om alles wat met wielrennen te maken heeft te volgen. Ik kijk af en toe wielrennen op tv en ook doe ik mee aan wielerspellen op internet. Het is ook erg fijn is om in de zomervakantie lekker lui een boek over fietsen of iets wat daarmee te maken heeft te lezen. Zo heb ik inmiddels al een heuse wielerbibliotheek opgebouwd.
 
Hierbij mijn top 5 van dit jaar gelezen boeken.
 
5. “ De Kneet, entertainer op 2 wielen” van Leo van der Ruit en Rinus van Schoonhoven.
Leuke biografie over de veel te vroeg overleden Gerrie Knetemann. Met daarin zijn hoogtepunten (1978 wereldkampioen, 10 etappeoverwinningen Tour de France, 2 maal winnaar Amstel Gold Race) en dieptepunten (valpartij in 1983). Altijd leuk om te lezen over de jeugd van wielrenners, maar jammer dat het zo chaotisch is opgeschreven. De Kneet had beter verdiend.
4. “Het snot voor ogen en andere verhalen” van Peter Winnen.
Winnen is na zijn prachtige fietscarrière een heel nadere kant opgegaan dan zijn collega’s. Hij is kunstenaar en schrijver geworden. De verhalen uit dit boek zijn eerder verschenen in NRC en het blad Fiets. Leuke verhalen met een geheel eigen kijk op hedendaagse sportzaken en mooie herinneringen uit zijn eigen fietstijd. Zeker een aanrader voor als je weinig tijd om te lezen hebt, iedere avond voor het slapen gaan een paar verhaaltjes, je valt glimlachend in slaap.
3. “De Muur, wielertijdschrift voor Nederland en Vlaanderen” , nummer 12: “Bloedbanden”.
De muur verschijnt 3 maal per jaar en is samengesteld door een aantal gerenommeerde wielerjournalisten. Ditmaal is het thema families in het wielrennen.Over Johan van der Velden en zijn fietsende zoons Ricardo en Alain, over het geslacht Planckaert. Maar de coverstory was wel de meest aangrijpende: het interview met de ouders van de Spaanse tweelingbroers Otxoa. De broers werden tijdens een trainingsrit aangereden door een hoogleraar geschiedenis, Ricardo was direct dood, Javier belandde in het ziekenhuis en ontwaakte 2 maanden later uit een coma. Een half jaar eerder, in 2000, had hij nog een bergetappe in de Tour de France gewonnen, nu is hij zwaar gehandicapt.
Kortom, de Muur is altijd lezenswaardig.
2. “ De Tour van ‘80” door Mart Smeets.
Als tv-commentator kun je niet lang naar hem luisteren, maar toch ben ik een fan van Mart’s boeken. Zeker met als onderwerp de Tour van 1980, want dat was een geweldige Tour! Ikzelf stond op 20 juli 1980 in Parijs te juichen voor onze Joop. De 2e en laatste Nederlandse tourwinnaar. Maar naast 2 ploegentijdritten won de Raleigh ploeg ook nog 10 etappes. (Wat hebben die mannen gebruikt?). Het boek beschrijft nauwkeurig elke etappe met op het eind nog een interview met Joop. Gewoon leuk om te lezen over de hoogtijdagen van de Nederlandse wielersport.
1.     “Lance Armstrongs Oorlog” van Daniel Coyle. (vertaling Benjo Maso)
Een absolute aanrader is dit boek over Lance Armstrong van een Amerikaanse sportjournalist die er speciaal met zijn gezin voor naar Girona is verhuisd. Vanuit hier volgt hij een jaar lang de op dat moment 4-voudig tourwinnaar en leeft zich volledig in de wielrennerij en de gedachtewereld van Lance. Wie niet voor hem is, is tegen hem en dat zijn allemaal trollen. Ondanks de bijna 400 pagina’s leest het toch vlot weg. Allerlei facetten van het wielrennen worden behandeld, van trainingen met dr. Ferrari tot bijgelovigheid (“geen benen scheren de avond voor de wedstrijd want dit kost energie” ).
 
Marcel
 
U bent niet geauthoriseerd om reacties te posten.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment' target='_blank'>CComment